Er zijn een groot aantal dieren die hun oorsprong
vinden in China. Bijvoorbeeld de Chinese tijger en de panda.
De panda's hebben
een eigen pagina op deze homepage. Klik hier
voor alle pandaweetjes.
Uit de krant,
Chinees kuifhert
Chinese
dwerghamster, Chinese
kraanvogel, Chinese tijger,
Chinese wolhandkrab
stompneusaap
witte
dolfijn
![]()
08-08-2006
China staat jacht op bedreigde diersoorten toe

China gaat jachtvergunningen aan buitenlandse toeristen
veilen waarmee op bedreigde diersoorten mag worden gejaagd. Dit meldt de Chinese
krant Beijing Youth Daily. Met de vergunningen mag gejaagd worden op jaks,
wolven en andere wilden dieren.
De prijs van de vergunning is afhankelijk van het diersoort en de hoeveelheid
waarop gejaagd mag worden. Een jachtvergunning voor een wolf zal zo'n
tweehonderd dollar gaan kosten terwijl er voor een jak tegen de 40.000 dollar
betaald moet worden. Een jak is een rundersoort die enkel in Centraal-Azië
voorkomt. Wilde jaks zijn grotendeels uitgestorven.
Strikte limieten: Volgens de krant gaat de veiling aanstaande zondag van start.
Naast wolven en jaks kan er ook geboden worden op jachtvergunningen voor
argali's, een groot wild schaap, (10.000 dollar) en blauwe schapen (2.500
dollar). "Sommige dieren staan inderdaad op de lijst met bedreigde diersoorten",
aldus de Daily, "maar met de strikte limieten is het onmogelijk dat volledige
populaties worden vernietigd."
De vergunningen worden in vijf westelijke provincies afgegeven waaronder de
autonome regio's Xinjiang en Ningxia. De opbrengsten van de veiling zal worden
gebruikt om wilde dieren in China te beschermen.
(Bron: nu.nl)
![]()
16-03-2006
Ultrasone kikker overstemt waterval

Kikkers communiceren met voor ons onhoorbare geluiden. Dat blijkt uit
bandopnamen van een zeldzame Chinese kikkersoort (Amolops tormotus). Bioloog
Albert Feng van de Universiteit van Illinois en zijn collega’s publiceren
daarover vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Daarmee treden
kikkers toe tot het gezelschap van dieren die ultrasoon communiceren, zoals
dolfijnen, vleermuizen en een aantal knaagdieren.
De onderzoekers beschrijven het geluid van de Chinese kikker als een vogelachtig
gezang. Mogelijk maken de onhoorbare frequenties het de kikkers makkelijker om
de onderlinge communicatie te onderscheiden van het lawaai van stromend water in
de omgeving. De kikkers komen voor bij de hete bronnen van Huangshan, een
berggebied met veel watervallen ten westen van Shanghai.
Het menselijk oor kan geluidsgolven met een frequentie boven 20 kilohertz niet
onderscheiden. De fluittonen van de kikkers lopen op tot boven 128 kilohertz, te
hoog om met de opnameapparatuur van de onderzoekers vast te leggen. De Engelse
naam van Amolops tormotus,: concave-eared torrent frog, betekent zoveel als
holorige watervalkikker. De vorm van de oren trof de onderzoekers toen zij het
dier voor het eerst zagen. Op de plaats waar bij veel dieren een uitwendige
oorschelp zit, hebben ze een komvormige holte, dieper dan bij andere kikkers.
Deze oorvorm is kenmerkend voor dieren die ultrasoon communiceren. Feng c.s.
namen het kikkergezang op om het later weer af te spelen. De meeste mannetjes
beantwoordden zowel het voor ons hoorbare als het onhoorbare kikkergezang.
(Bron: NRC Handelsblad)
![]()
10-02-2006
Chinese dierentuintijgers eindigen in balsem
De tijgers uit de dierentuin in de Chinese miljoenenstad
Shanghai eindigen na hun dood in een lotion tegen reumatiek. Volgens de Chinese
krant Peking News heeft de dierentuin een contract gesloten met een
farmaceutisch bedrijf, die de tijgerlotion in flesjes van ongeveer 20 euro wil
verkopen.
Volgens de directeur van het bedrijf worden alleen de beenderen van de tijgers
verwerkt. Het zou uitsluitend gaan om tijgers die door ouderdom of een ziekte
zijn overleden. Dierenbeschermers in China hebben hun twijfels geuit over de
rechtmatigheid van het contract.
Tijgerbotten worden gebruikt in traditionele Chinese medicijnen. Farmaceutische
bedrijven zien steeds meer af van gebruik van de beenderen, omdat de tijger een
bedreigde diersoort is.
(Bron: De Telegraaf)
![]()
17-07-2005
Chinese olifant heeft steeds minder vaak
slagtanden
Chinese olifanten veranderen langzaam in een soort zonder
slagtanden, omdat stropers de genetische samenstelling van de soort aantasten.
Volgens de Chinese krant China Daily heeft 5 tot 10 procent van de Aziatische
olifanten in China nu een gen dat voorkomt dat de dikhuid slagtanden krijgt.
Dat percentage lag eerst tussen de 2 en 5, meldde de krant zondag uit onderzoek
van de universiteit in Peking. ,,Hoe groter de slagtanden van een stier zijn,
hoe groter de kans dat stropers hem neerschieten'', legde onderzoeker Zhang Li
in de krant uit. ,,Daardoor overleven de dikhuiden zonder slagtanden en blijft
de slagtandenloze gen in de soort behouden.'' Omdat alleen de stieren slagtanden
hebben, zijn er nu voor iedere olifantenstier vier vrouwtjes. De ideale
verhouding zou één op twee zijn.
(Bron: ANP)
![]()
20-01-2005
Comeback bedreigde diersoorten in China
In China maakt een aantal bedreigde diersoorten, waaronder de reuzenpanda, een comeback. Het aantal panda's is sinds 2000 met 40 procent gestegen tot bijna 1600, zei directeur Zhou Shengxian van het Chinese staatsbosbeheer tijdens een bijeenkomst in Peking.
Behalve met de panda gaat het ook goed met de uitsluitend in China voorkomende hertensoort Cervus eldii (van 26 exemplaren in 1975 tot 1600 in 2004), de Chinese alligator en de Japanse vogel Kuifibis (in vier jaar van zeven tot 740), meldden de Chinese staatsmedia donderdag. De toename van het aantal exemplaren van de bedreigde diersoorten komt doordat ze minder leefgebied kwijtraken en door betere ecosystemen.
Ook met de zeldzame en bedreigde plantensoorten in China gaat het beter, zei Zhou. Op dit moment zijn 130 plaatsen beschermd waar zeldzame planten voorkomen en meer dan driehonderd leefgebieden van beschermde diersoorten.
(Bron: planet.nl)
![]()

Het Chinees kuifhert komt voor in bergachtig bosgebied op 300-4,500 meter hoogte in West China, Noord India en
Birma. Het mannetje heeft doorgegroeide hoektanden tot 2,5 cm (vergelijk muskus hert en chinees waterree) en een simpel, spiesvormig geweitje dat soms onder het typerende, tot 17 cm lange kuifje schuil kan gaan.
Tot het voedsel behoren niet alleen gras en bladeren, maar ook larven en insecten. Het kuifhert leeft in principe solitair, soms in paartjes. Hij is met name in de schemering en nacht actief.
Wanneer er onraad dreigt, maken ze een reeks korte, harde blafgeluiden en wordt het kuifje opgezet. Bij gevechten om territorium of vrouwtjes wordt eerder gebruik gemaakt van de uitgegroeide hoektanden dan van het geweitje.
De naam is te afgeleid van het Griekse "elaphos” (hert) en “odous” (tand). Verder van het Griekse “kephale” (hoofd) en “lophos” (nest).
Er leven naar schatting zo’n 500.000 kuifherten in China. Hoewel het geen bedreigde diersoort betreft, loopt hun aantal terug door overbejaging en het cultiveren van hun leefomgeving.
(bron: gewei.nl)
![]()

De Chinese dwerghamster (Cricetulus griseus) behoort in tegenstelling tot de andere dwerghamsters (de Russische, de Roborovski, en de Campbelli dwerghamster), niet tot de kortstaart-dwerghamsters, maar tot de langstaart-dwerghamsters. Chinese dwerghamsters komen in de natuur vooral in het noorden van China voor. Daar is hun natuurlijke leefomgeving divers; zowel op de uitgestrekte en schaars begroeide vlakken als in dicht beboste gebieden is deze hamster gezien.
De eerste beschrijvingen van de Chinese dwerghamster dateren van het begin van de vorige eeuw. Destijds werden de dieren onder één noemer gebracht met de Daurische dwerghamster (Cricetulus barabensis). De Daurische dwerghamster lijkt sterk op de Chinese, maar dit ras heeft het nooit gehaald om een populair huisdier te worden. Chinese dwerghamsters zijn in eerste instantie gehouden op universiteiten en in laboratoria. Pas in de jaren ’50 kwamen enkele dieren in de handen van dwerghamster liefhebbers en hier werden ze op langer termijn een gewaardeerd huisdiertje.
Uiterlijk: Dat de Chinees geen directe familie is van de ander dwerghamsters kun je zien aan het uiterlijk. Wat het meest opvalt zijn de lichaamsbouw en de staart. De andere dwerghamsters zijn kleine, ronde kogeltjes zonder staart, terwijl de Chinese dwerghamster een langgerekt lichaam heeft en een goed zichtbare staart. Hij lijkt meer op een muis dan een hamster.
De pels van het Chineesje is ook lang niet zo wollig als die van de andere dwerghamsters. De haren liggen glad aaneen op de huid. De vacht is grijsbruin van kleur met hele fijne, zwarte puntjes die men 'ticking' noemt. De aalstreep over de rug is dun, donkerbruin en niet altijd even goed zichtbaar. De buik is lichtgrijs. Naast deze standaard tekening bestaan er veel ander gekweekte tekeningen (gevlekt en wit). De Chinese dwerghamster heeft donkere oren met een lichte rand. Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is goed te zien: het mannetje heeft een opvallend grote balzak. Hierdoor loop het lichaam van het mannetje uit tot een punt en bij het vrouwtje loopt het lichaam mooi rond uit.
Gedrag: De Chinese dwerghamster is vrijwel alleen tegen schemering en ’s nachts actief. Overdag trekken ze zich terug in hun ‘slaaphol’ en laten ze zich zelden zien. Chinese dwerghamster zijn uitstekende klimmers en tamelijk levendig. Om het evenwicht te bewaren tijdens de klimpartij gebruikt hij zijn staart heel behendig. Een nadeel van het houden van deze dieren ligt in de eigenschap dat ze niet bijzonder vriendelijk ten opzichte van soortgenoten zijn. Ze moeten dus evenals de Syrische hamsters als solitair gehouden worden (zonder gezelschap in een kooi). Zo onverdraagzaam en zelfs agressief de dieren tegen hun soortgenoten zijn, zo vriendelijk en lief ze tegen hun verzorger zijn. Ze bijten uitsluitend als ze zich bedreigd voelen en dit gebeurt zelden. Ze laten zich heel gemakkelijk tam maken, zelfs van volwassen dieren kunt u op betrekkelijk korte termijn het vertrouwen winnen.
Huisvesting: Chinese dwerghamster kunnen zowel in een traliekooi als in een glazen bak worden gehouden. Beide verblijven hebben zo hun voor- en nadelen. Een traliekooi biedt de dieren meer gelegenheid tot klimmen, zeker wanneer de tralies horizontaal zijn. Breng in een glazen bak dus wat klimmogelijkheden aan om de dieren in hun behoefte aan beweging tegemoet te komen. Een voordeel van en glazen bak is dat u geen rommeltjes naast de kooi zult vinden. Op de bodem van het verblijf legt u een flinke laag bodembedekking (zaagsel), zodat het diertje lekker kan graven. Verder is een loopradje een goede aankoop ( let wel op de afstand van de spijlen, liever een dicht rad vanwege de staart) en dat geldt ook voor een bloempot of een hamsterhuisje of een kartonnen doos, dat het dwerghamstertje als slaapplaats in gebruik zal nemen. Verder vindt het diertje het prachtig om zijn tandjes in een keuken- of w.c.-rol te zetten. Hooi mag er nooit ontbreken. De dieren gebruiken het als voedsel, maar ook om hun nest mee te bouwen.
Chinese dwerghamsters eten relatief weinig, net als alle andere dwerghamsters. Ze worden door hun actieve levenswijze niet snel dik. Geef ze een goed uitgebalanceerd knaagdierenmengsel en op zijn tijd een stukje fruit of groente en het diertje is tevreden met zijn leefomgeving en zijn verzorger. Naast weinig eten, drinkt de Chinese dwerghamster ook weinig. Toch doet u er goed aan om een waterflesje aan te schaffen en deze iedere dag te verschonen. Zo kunt u in de gaten houden, hoeveel er gedronken wordt en of het water vies is. Als dit alles is aan geschaft dan kunt u gaan kijken naar een Chinese dwerghamster, uw verblijf is er klaar voor.
Enkele gegevens van de Chinese dwerghamster: Lichaamslengte 82 tot 127 mm, Staartlengte 20 tot 33 mm
Gewicht 30 tot 45 gram, Draagtijd 20 tot 22 dagen, Aantal jongen 7 (maximaal 12),
Geboortegewicht 1,7 gram
(Bron: knaagdierenopvang.nl)
![]()

De Chinese kraanvogel komt voor in Oost-Azië. Ze worden ernstig bedreigd door onder andere het verlies van hun leefgebied. Chinese kraanvogels zijn echte alleseters, ze eten onder andere insecten, vis, knaagdieren en grassen. De paartjes dansen zowel in de paartijd als erbuiten met elkaar om hun band te versterken.
(Bron: Frieslandzoo)
![]()
Chinese tijger (Panthera tigris amoyensis)
De Chinese tijger, ook wel Amoytijger genoemd, komt voor in centraal- en oost-China. Hij wordt beschouwd als de voorouder van alle andere tijgersoorten.
Het is een van de kleinere ondersoorten; de mannetjes worden van kop tot staart zo'n 2,5 m lang en wegen ongeveer 150 kg. De Chinese tijger heeft korte, brede strepen, op grotere onderlinge afstand dan bij de Bengaalse of de Siberische tijger.
Door de illegale jacht staat de Chinese tijger nu op het punt uit te sterven. Naar schatting leven er nog zo'n 20 - 30 Chinese tijgers in het wild, waarmee dit de meest bedreigde tijgersoort is.
(Bron: Discovery Channel)
![]()
23-01-2008
Chinese tijgerparken / Een koe voor de tijgers: 150 euro
Chinese parken willen handel in tijgerproducten wegens
financiële nood Om de financiële nood te lenigen wil personeel van Chinese
tijgerparken opheffing van het verbod op handel in lichaamsdelen van tijgers.
Langzaam rijdt het bezoekersbusje het reservaat voor Siberische tijgers in de
noordelijke Chinese miljoenenstad Harbin binnen. Al snel komt een jeep langszij,
met tralies voor de ruiten en op het dak een kip. Met een grote sprong springt
vanuit het park een tijger op het dak en grijpt het dier. In het busje klinkt ’ooh’,
’aah’ en het geklik van digitale camera’s. De bezoekers blijven gefascineerd
kijken en fotograferen hoe de tijger de kip meesleurt en zittend in het dorre
gras opeet, zijn bek vol veren. Bezoekers krijgen de voorstelling niet zomaar te
zien, daar heeft iemand voor betaald. Al bij de ingang hangt een lijstje met de
prijzen voor ’levende dieren’: zo’n 4 euro voor een kip, 10 euro voor eend of
kalkoen, 60 euro voor een schaap en 150 euro voor een koe. Maar ’gewoon’ een
stukje rundvlees voor 1 euro kan ook.
Het reservaat, dat - net als andere tijgerparken in het land - lijdt aan
geldgebrek, doet alles voor een beetje extra inkomen. Kaartverkoop, uitleen van
tijgers aan (inter)nationale dierenparken en overheidssubsidies leveren
kennelijk onvoldoende op. Die indruk wordt ook hier gewekt: het onderkomen voor
zo’n 700 tijgers ziet er vervallen en troosteloos uit, het busje wordt hier en
daar letterlijk met plakband bij elkaar gehouden.
Het tijgerpark in Harbin en andere tijgerparken zien, volgens berichten in de
Chinese media, een ultieme oplossing voor de geldproblemen: opheffing van het
nationale verbod op handel in lichaamsdelen van tijgers. Dat voerde China in
1993 in om met uitsterven bedreigde tijgers verder te beschermen. China
ondertekende in 1981 het internationale Cites-verdrag, dat sinds 1975 de handel
in wilde diersoorten reguleert. Dat verdrag verbiedt onder meer internationale
handel in tijgers of hun lichaamsdelen.
China is historisch gezien ’s werelds grootste verbruiker van tijgerproducten.
Volgens Chinese tradities heeft alles van tijgerbotten tot hun urine een
geneeskrachtige of anderszins wonderbaarlijke werking. Tijgerbont en –botten
verwisselen op de zwarte markt nog altijd voor veel geld van eigenaar.
„Er is veel discussie over het al dan niet opheffen van het verbod”, zegt Xu
Hongfa, directeur in China voor Traffic, een door het Wereldnatuurfonds
opgerichte internationale organisatie die wereldhandel in bedreigde diersoorten
in kaart brengt. „Er ligt een petitie voor het opheffen van het verbod bij de
regering, afkomstig van investeerders in de tijgerparken. Die hopen te
profiteren van de verkoop van tijgerproducten.”
Volgens de tijgerparken zal handel in tijgers die in gevangenschap gestorven
zijn geen invloed hebben op het behoud van wilde tijgers. Maar Traffic en andere
organisaties vrezen dat het toestaan van handel aan de tijgerparken de vraag
naar tijgerproducten in het algemeen zal aanwakkeren. Dan zal ook het stropen
van in het wild levende tijgers toenemen, niet alleen in China, maar door heel
Azië. Want ook in landen als India en Nepal levert de illegale tijgerhandel grof
geld op. China’s nationale verbod is volgens de organisaties de laatste jaren
juist cruciaal geweest voor het behoud van tijgers en het terugdringen van de
handel.
De Chinese regering neemt voorlopig geen hard standpunt in. „Ondanks
internationaal verzet, hebben Chinese delegaties laten weten de
’wetenschappelijke inspectie’ naar het wel of niet opheffen van het beleid voort
te zetten”, aldus Xu. Traffic startte eind vorig jaar een landelijke campagne om
Chinezen te informeren over de schadelijke gevolgen van (illegale) handel in
producten van wilde dieren in het algemeen, met eveneens aandacht voor het lot
van tijgers.
Momenteel leven minder dan 7000 tijgers in het wild en zo’n 9000 in
gevangenschap, voornamelijk in de VS en China, aldus Traffic. Tijgers uit de
verschillende reservaten in China moeten in de parken worden voorbereid op een
leven in de wildernis. Maar het lot dat de meeste tijgers tot nu toe wacht is de
diepvries.
Daar bewaren de tijgerparken de lijken van dode tijgers, in de veronderstelling
of hoop dat het nationale verbod op handel in lichaamsdelen van tijgers ooit
wordt opgeheven. Verschillende (internationale) organisaties dringen aan op het
vernietigen van die voorraden tijgerlijken.
In december werden in de koeling van een dierentuin in de Chinese provincie
Hubei de lijken van twee kleine Bengaalse tijgers gevonden. Het personeel had
verzuimd toestemming te vragen aan de lokale autoriteiten om de lijken zo ’op te
ruimen’. Een paar dagen eerder was in diezelfde dierentuin een onthoofde en
gevilde vrouwtjestijger gevonden. De autoriteiten hebben het park voorlopig
gesloten.
China lijkt het handelsverbod, anders dan veel andere wetgeving, krachtig te
handhaven. Al pleiten internationale organisaties voor een nog strengere aanpak.
Op overtreden van het nationale verbod op handel in tijgers (en andere bedreigde
diersoorten, zoals de panda) volgen vaak zeer strenge straffen – tot levenslang
cel of de doodstraf aan toe. Overigens slaan ook de Chinese autoriteiten zelf
bij de in beslagname van (illegaal) verhandelde lichaamsdelen van tijgers de
buit op in plaats van dat die wordt vernietigd.
(Bron: Trouw, door Babs Verblackt)
![]()
17-07-2007
84 Siberische tijgers geboren in Chinees fokcentrum
In China zijn er sinds maart dit jaar 84 Siberische tijgers geboren. Het zeldzame dier wordt gefokt in een speciaal fokcentrum in noord-west China. Het centrum verwacht dat dertien zwangere tijgers nog eens 20 tot 30 pups erbij zullen baren voor oktober. In het wild komen er nog slechts 400 Siberische tijgers voor waarvan ongeveer 20 in China en de rest leeft in Rusland. De Siberische tijger is de grootste tijger van de katachtigen en weegt soms wel 300 kilo. Een woordvoerder van het fokcentrum geeft aan dat het de pups wil voorbereiden op leven in het wild en dat de jonkies op termijn ook daarin vrijgelaten worden.
(Bron: De Pers.nl)
![]()
30-01-2007
Chinezen geven Siberische tijger survivaltraining

Het lijkt beter te gaan met de Siberische tijger in China.
Een intensievere bescherming van zijn leefgebied en een toename van de
belangrijkste prooidieren dragen bij aan het herstel van de populatie. De
Chinezen hebben echter wildere ideeën om het voortbestaan van ’s werelds
grootste kat veilig te stellen.
De Siberische tijger (Panthera tigris altaica) mag dan in China onder speciale
bescherming staan, de traditionele Chinese geneeskunde zorgt ervoor dat de
zeldzame soort voor stropers bijzonder lucratief is om te vangen. Vrijwel alle
delen van het dier worden verwerkt tot medicijnen.
De imposante tijger leeft in het stroomgebied van de Amoer en zijn zijrivier de
Oessoeri, in het uiterste oosten van Rusland en Noord-China. De New Yorkse
Wildlife Conservation Society schat dat er in de dichtbegroeide bossen van dit
grensgebied nog ongeveer 500 exemplaren voorkomen, waarvan het overgrote deel in
Rusland. In de Volksrepubliek, waar het dier ”Dongbeihu” wordt genoemd, zouden
zich hooguit veertig tijgers ophouden. Dat getal is vooral gebaseerd op
aangetroffen sporen, want ze weten zich meesterlijk schuil te houden.
Veldwerkers slaagden in 2004 erin er een in het Hunchunreservaat in de Chinese
staat Jilin met infraroodcamera’s te fotograferen. Hoopgevend is overigens dat
ze in dat park steeds meer pootafdrukken en prooiresten aantreffen. Parkwachters
denken dat er acht tot tien tijgers rondstruinen.
Tien jaar geleden stelde de provinciale overheid een jachtverbod in op
axisherten en wilde zwijnen, de belangrijkste prooidieren. Tegelijkertijd wezen
de autoriteiten beschermingszones aan, wat de bewegingsruimte van de grote kat
aanzienlijk vergrootte. Inmiddels is 12 procent van Jilin beschermd gebied (wat
neerkomt op ruim de helft van Nederland) en een 54 man sterke beveiligingsdienst
waakt ervoor dat stropers hun slag kunnen slaan.
Het World Wildlife Fund kende gouverneur Wang Min van Jilin en directeur Liu
Yanchun van de dienst bosbeheer van de provincie eind 2006 een onderscheiding
toe vanwege hun inspanningen. Uit tellingen blijkt namelijk dat de maatregelen
effect hebben: het aantal herten en zwijnen nam spectaculair toe, met
respectievelijk 44 en 80 procent. Door deze aanwas hebben de tijgers weer genoeg
te eten. De gouverneur verklaarde dat het jachtverbod van kracht blijft en voor
het jaar 2020 nog eens 280.000 hectare extra land de status ”beschermd” krijgt.
Inseminatie: De Chinese populatie Siberische tijgers in het wild is zo klein dat
inteelt een reëel gevaar is, met een grotere sterfte onder jongen, een geringere
weerstand tegen ziekten en een verminderde vruchtbaarheid als gevolg. Een
effectieve populatiegrootte van enige honderden dieren is noodzakelijk om op
langere termijn te overleven. Daarbij is niet alleen het aantal dieren dat zich
voortplant van belang, maar ook de geslachtsverhouding binnen deze groep en de
spreiding in gezinsgrootte. Deskundigen menen dat de omvang van de huidige
populatie op de langere termijn onvoldoende is.
Het Henghedaozi Feline Breeding Center in de provincie Heilongjiang denkt op dat
punt vooruit en wil met kunstmatige inseminatie het voortbestaan veiligstellen.
Het centrum ging in 1986 met slechts acht Siberische tijgers van start en geldt
nu als het grootste fokstation van deze katachtigen ter wereld. Nu telt het park
700 Siberische tijgers. Alleen het afgelopen jaar werden er al ruim tachtig
jongen geboren, meldt directeur Wang Ligang. „Een tijgerin in het wild zal pas
paren als haar jongen twee jaar oud zijn. In gevangenschap kan ze echter twee
keer per jaar bevallen.” Hij verwacht dat het fokcentrum in 2010 over meer dan
duizend tijgers zal beschikken. „We zijn ook van plan om binnen drie jaar een
genenbank op te richten om inteelt en erfelijke gebreken te voorkomen.”
Medewerkers insemineerden begin deze maand een vier jaar oud wijfje met sperma
van een zevenjarig mannetje. „Als deze test goed uitpakt is het niet meer
noodzakelijk om tijgers over enorme afstanden te transporteren om te paren. Met
het kunstmatig insemineren van panda’s heeft ons land sinds 1978 eveneens grote
successen geboekt. Vorig jaar werden dankzij deze techniek 34 pandababy’s
geboren.”
De spermadonor maakte deel uit van een groep van twaalf volwassen dieren die
getraind werden om zelfstandig in het wild te kunnen overleven. De tijgers
leerden tijdens de survivalcursus jagen en hun territorium verdedigen. Vier jaar
later blijkt het gros genoeg vaardigheden te hebben ontwikkeld om op eigen benen
te kunnen staan, aldus Wang Ligang. Hij kondigt aan dat het fokcentrum ruim 600
tijgers gaat voorbereiden op een permanent verblijf in de natuur.
Zijn „veelbelovende” experiment ontmoet ook kritiek. Roofdierexperts wijzen op
het risico dat in gevangenschap gefokte tijgers minder schuw zijn en mensen
kunnen aanvallen, omdat zij die associëren met het brengen van voedsel. Sun
Haiyi, onderdirecteur van het Heilongjiang Provincial Institute of Wildlife,
vindt het realiseren van betere leefgebieden veel belangrijker dan
herintroductie. „Biotopen raken steeds meer versnipperd door menselijke
activiteiten, waardoor deze toch al solitair levende dieren nog meer geïsoleerd
raken. Tijgers hebben een dichte vegetatie met veel prooidieren nodig om te
kunnen overleven. Houtkap en stroperij vormen nog steeds een reële bedreiging.”
(Bron: Reformatorisch Dagblad)
![]()
06-12-2006
Licht herstel van populatie Siberische tijger in China
Het lijkt beter te gaan met de Siberische tijger in de noordoostelijke
Amoer-Heilongregio van China. De toename van de belangrijkste prooidieren van
deze tijgersoort én de uitbreiding van de bescherming van zijn leefgebied dragen
bij aan het herstel van de populatie. Zo zijn er weer tijgers gespot in gebieden
waar ze sinds 1993 niet meer waren gesignaleerd.
In de Chinese staat Jilin, aan de grens met Rusland, leven naar schatting nog
maar zo'n 9 tot 11 Siberische tijgers. In Rusland leven nog tussen de 334 en 417
volwassen tijgers en om en nabij de 100 welpen, zo bleek uit een grote
tijgertelling die in de winter van 2004/2005 plaatsvond.
Tien jaar geleden stelde de provinciale overheid van de Chinese staat Jilin een
jachtverbod in op axisherten en wilde zwijnen, de belangrijkste prooidieren van
de Siberische tijger. Tegelijkertijd wezen de autoriteiten van Jilin een aantal
beschermde gebieden aan, zodat de bescherming van het leefgebied van deze grote
kat uitgebreid werd. Inmiddels is 12 procent van deze provincie aangewezen als
beschermd gebied (een gebied zo groot als ruim de helft van Nederland).
Succesvolle resultaten van het jachtverbod en de bescherming van het leefgebied
zijn niet uitgebleven. Een telling in de eerste helft van 2006 toonde aan dat
het aantal axisherten is toegenomen met 44 procent, het aantal wilde zwijnen met
maar liefst 80 procent. Door deze toename hebben de tijgers weer genoeg te eten.
Onlangs ontvingen de gouverneur van Jilin en de directeur van de dienst
bosbeheer van die provincie een onderscheiding van het Wereld Natuur Fonds voor
hun grote bijdrage aan de bescherming van de natuur. Tijdens de bijeenkomst
zegde de provinciale regering toe het jachtverbod te verlengen en het beheer van
natuurreservaten te verscherpen. Ook zal voor het jaar 2020 nog eens 280.000
hectare extra land beschermd worden in 12 nieuwe natuurreservaten.
De gouverneur verklaarde de succesvolle samenwerking met het Wereld Natuur Fonds
te willen voortzetten en samen een strategie te willen opzetten ter bescherming
van de tijger en grensoverschrijdende maatregelen nemen om bedreigde diersoorten
en hun leefgebied te beschermen.
(Bron: groenportaal.nl)
![]()
22-07-2006
Leefgebied tijgers krimpt
De natuurlijke habitat van tijgers wordt bedreigd: in de
afgelopen tien jaar zijn gebieden waar de dieren ongestoord kunnen leven
wereldwijd met 40 procent afgenomen. Dat staat in een rapport van het
Wereldnatuurfonds (WWF) dat donderdag is gepubliceerd.
De soort kan alleen overleven als harder wordt opgetreden tegen stropers en als
de natuurlijke omgeving van de tijger beter wordt beschermd, aldus het WWF. De
wereldwijde tijgerpopulatie is gestaag gedaald tot 7500 exemplaren. De dieren
worden nog steeds met uitsterven bedreigd, onder meer door de handel in
tijgerproducten die worden gebruikt voor traditionele geneesmiddelen in China en
Zuidoost-Azië.
Tijgers leven nu nog maar in een gebied dat 7 procent beslaat van hun
oorspronkelijke habitat, en dat is alweer 40 procent minder dan tien jaar
geleden. In het rapport wijzen de organisaties die eraan hebben meegewerkt 76
gebieden aan, vooral in Zuidoost-Azië, het uiterste oosten van Rusland en India,
waar de overlevingskans voor tijgers het grootste is en waar dus het meeste
aandacht aan moet worden besteed.
(Bron: Reformatorisch Dagblad)
![]()
22-08-2005
Zeldzame Chinese tijger gestorven in Zuid-Afrika
De tijger Hope was geboren in een Chinese dierentuin en werd in 2003 met de tijgerin Cathay in 2003 naar Zuid-Afrika gebracht. Daar kregen ze 'les' in jagen, eerst op vogels en later op antilopen. De bedoeling was dat het tijgerpaar welpen zou krijgen, waaraan het de jachttechnieken zou doorgeven. ");
Infectie: "Hope kreeg een infectie en stopte met eten. Hij stierf zaterdag", zei een woordvoerder van de stichting Red de Chinese Tijgers maandag. De hoop van de stichting is nu gevestigd op een ander tijgerpaar, Madonna en Tiger Woods, die vorig jaar naar Zuid-Afrika zijn gebracht.
Er leven nog slechts tien tot dertig Chinese tijgers in het wild en nog eens zestig in gevangenschap. Die hebben dit jaar geen welpen gekregen. "Dat onderstreept de urgentie van ons project", aldus de woordvoerder.
(Bron: nu.nl)
![]()
19-11-2004
Chinese tijger met uitsterven bedreigd
De Chinese tijger dreigt binnen zes jaar uit te sterven. Een recente telling heeft uitgewezen dat in het zuiden van China nog slechts dertig exemplaren in het wild leven. Dat berichtte het persbureau Xinhua vrijdag.
De overgebleven dieren leven verspreid in het bergachtige grensgebied tussen de zuidelijke provincies Jiangxi, Hunan en Guangdong. Vroeger kwam de ondersoort ook voor in andere delen van China, maar als gevolg van de jacht, milieuvervuiling en oorlogsgeweld is zijn leefgebied drastisch verkleind.
Volgens Xinhua leven in Chinese diertuinen nog 66 Chinese tijgers. Dat zijn echter allemaal afstammelingen van zes dieren die in de jaren vijftig zijn gevangen.
De Chinese tijger is een van de vijf overgebleven ondersoorten van de grote katachtige. De andere ondersoorten zijn de Siberische, de Bengaalse, de Indochinese en de Sumatraanse tijger.
(Bron: planet.nl)
![]()
23-09-2004
Tijgers op survivalcursus

De dierentuin van Shanghai stuurt drie Chinese tijgers naar een trainingskamp in Zuid-Afrika, waar de dieren zelfstandig leren overleven.
Indien de grote katten daarin slagen, worden ze weer losgelaten in de in de bamboewouden van Zuid-China, het laatste leefgebied van de sterk bedreigde Chinese tijger.
Ambitieus project: De drie tijgerpups, twee mannetjes en een vrouwtje, zijn opgevoed door mensen en zullen eind oktober verhuizen naar een speciaal omheind gebied van meer dan 300 vierkante kilometer in Zuid-Afrika, waar ze getraind zullen worden om zich als echte wilde tijgers te gaan gedragen.
De verhuizing past in het ambitieuze project van de Brits/Amerikaanse organisatie ‘Save China’s Tigers’ die als doel heeft om in gevangenschap groot gebrachte Chinese tijgers voor te bereiden op een bestaan in de natuur. Zo hoopt de organisatie te voorkomen dat de dieren in het wild uitsterven.
De Chinese tijger (Panthera tigris amoyensis) is één van de vijf resterende tijgerrassen op de wereld. Vermoedelijk zijn alle rassen uit de Chinese ondersoort ontstaan. In het wild leven naar schatting nog maar dertig exemplaren.
Terugkeer: Eind 2002 tekende Save China’s Tigers met het Chinese staatsbosbeheer en de Chinese Tigers South Africa Trust een overeenkomst om een speciaal gebied ten noorden van Pretoria in te richten waar jonge tijgers leren jagen en volledig zelfstandig te overleven.
De eerste twee tijgerjongen arriveerden vorig jaar, die zich verrassend goed aanpasten aan hun nieuwe omgeving. In 2008, waneer in Peking de Olympische Spelen plaatsvinden, zullen de tijgers vermoedelijk naar hun vaderland terugkeren voor een bestaan in de vrije natuur.
(Bron: planet.nl)
![]()
02-09-2003
Chinese tijgers voor
survivalcursus naar Zuid-Afrika

Twee tijgerwelpen die in een dierentuin in Sjanghai geboren zijn, zijn maandag uit China naar Zuid-Afrika vertrokken om te leren hoe zij in het wild kunnen overleven. Het zeven maanden oude wijfje Cathay en het zes maanden oude mannetje Hope zijn Zuid-Chinese tijgers, een bedreigde ondersoort waarvan er door stroperij en ontbossing in het wild minder dan dertig zijn overgebleven. In Chinese dierentuinen leven zestig exemplaren. Een Britse stichting, Save China's Tigers, heeft samen met het Chinese staatsbosbeheer het plan opgevat om de welpen en andere Chinese tijgers uit te zetten in een reservaat dat in 2008 geopend wordt. Maar voor het zover is, moeten de jonge tijgers leren jagen in Makopani, ten noorden van Pretoria in Zuid-Afrika. Door jaren van gevangenschap en inteelt is het jachtinstinct van de dieren sterk achteruit gegaan
(Bron: tiscali.nl)
note: wil je meer lezen over de stichting klik dan hier.
![]()

De Chinese Wolhandkrab (Eriocheir sinensis) is de enige krab in Nederland die je
ook in zoet water tegen kan komen. Voor de voortplanting zijn ze echter
aangewezen op zout water. De larve van de Chinese wolhandkrab kruip in zee uit
een van de honderd duizenden eieren die het vrouwtje van de wolhandkrab bij zich
heeft. Voor het tot ontwikkeling komen van de eieren is er water met een vrij
hoog zoutgehalte nodig. Al gauw nadat de larven zijn uitgekomen trekken ze het
zoete water in. Als ze jong zijn kunnen ze stroomopwaarts 1 tot 3 kilometer per
dag afleggen. En sommige dieren trekken en heel eind door, Er zijn waarnemingen
van wolhandkrabben die meer dan 1000 km landinwaarts waren getrokken. Als de
dieren op trek zijn laten ze zich niet tegenhouden door obstakels in het water,
en gaan desnoods gewoon een stuk over land verder. Als de krabben volwassen
zijn, na 2 tot 3 jaar, trekken ze vanuit het binnenland weer naar zee, waar ze
zich voortplanten. Daarna gaan de meeste dood, en een aantal trekken weer terug
het zoete water in.
Oorspronkelijk komt de Chinese wolhandkrab uit China. Begin deze eeuw is het
dier geïntroduceerd in een rivier in Duitsland, van waaruit het zich over heel
Europa heeft verspreid.
De Chinese wolhandkrab heeft een bijna vierkant rugschild met aan de zijkant een
aantal scherpe tanden. De kleur van het rugschild varieert van grijsgroen tot
donkerbruin. De acht looppoten zijn gelig van kleur, net als de twee scharen. Op
de scharen groeit een wollige massa bruine haren, waar het dier zijn naam aan te
danken heeft. Bij het mannetje zijn de scharen groter dan bij het vrouwtje, en
bovendien zijn de scharen van het mannetje veel meer behaard. Het achterlijf van
de wolhandkrab is, net als bij andere krabben, teruggevouwen onder het
bovenlichaam. Bij het vrouwtje bestaat dit uit 7 brede, langs de rand behaarde
fragmenten. Het achterlijf van het mannetje is veel smaller, en bovendien zijn
de segmenten 3 tot en met 6 met elkaar vergroeid.
Doordat de krabben een hard en stekelig pantser hebben, hebben de volwassen
dieren geen natuurlijke vijanden. De enige vijand is de mens, en deze heeft ook
regelmatig geprobeerd het dier uit te verdelgen. Als de krabben op trek waren
kwamen ze vaak in visnetten en fuiken terecht, die ze dan met hun scherpe
scharen vernielden. Dit wordt natuurlijk niet gewaardeerd door de beroepsvissers
van wie die netten zijn. Omdat de krabben holen in de oever graven om in te
wonen, werden ze er van beschuldigd de dijken te ondermijnen. Uiteindelijk bleek
dit wel mee te vallen. Tijdens de trek kunnen de krabben echter massaal
besluiten en stuk over land te gaan en dan kunnen ze voor behoorlijk wat
overlast zorgen.
(Bron: J.P.H.M. Adema, 1991. De Krabben van Nederland en België. Nationaal
Natuurhistorisch Museum, Leiden)
![]()

Deze bijzondere aap met een dikke goudbruine vacht leeft in de koude bergwouden van China: deels in het zelfde leefgebied als de reuzenpanda. Zijn gezicht is lichtblauw en hij heeft bijna geen neus: de neusgaten zijn gedeeltelijk afgedekt met huidflapjes.
Dankzij zijn dikke vacht en pluimstaart - gebruikt als deken - kan de stompneusaap goed tegen de kou. In de winter daalt de temperatuur in zijn leefgebied tot onder het vriespunt.
Andere namen: Roxellana-stompneusaap, goudaap
Wetenschappelijke naam: Rhinopithecus roxellana, Pygathrix roxellana
Engelse naam: golden snub-nosed monkey, snub-nosed monkey
Verspreiding: Centraal China
Voedsel: bladeren, vruchten, zaden, korstmos
Lengte: 54 - 71 cm, staart 52 - 76 cm
Gewicht: 12,5 - 21 kg
Status: kwetsbaar
(Bron: Wereld Natuur Fonds)
![]()

21-03-2005
Schoon water nodig voor bedreigde rivierdolfijnen
Rivierdolfijnen in Azië worden direct met uitsterven bedreigd. De grootste dreiging komt van watervervuiling veroorzaakt industrie en landbouw. Verder beperken stuwdammen het leefgebied van deze dieren en raken ze frequent verstrikt in de netten van vissers. Het Wereld Natuur Fonds roept overheden en lokale gemeenschappen daarom op om de waterkwaliteit en het leefgebied van deze dolfijnen te verbeteren. De oproep komt daags voor Wereld Water Dag op 22 maart.
Volgens de internationale natuurbeschermingsorganisatie is de kritieke situatie van de dolfijnen eens te meer verontrustend, omdat de dieren een belangrijke indicator zijn voor de gezondheid van de rivier en de beschikbaarheid van schoon water voor de mensen die langs de oevers wonen.
Er zijn vier dolfijnensoorten die alleen in zoet water kunnen leven. Vooral de Yangtze-rivierdolfijn die in China's grootste rivier de Yangtze leeft, is ernstig bedreigd. Hiervan zijn nog slechts 13 exemplaren over. Maar ook de Ganges-rivierdolfijn heeft het zeer moeilijk. Van deze soort zijn er minder dan 2000. Deze dolfijn leeft in rivieren in Nepal, India en Bangladesh. Van de Indus-dolfijn in Pakistan zijn er 1100 exemplaren.
De bedreigde dolfijnen zwemmen in de meest dichtbevolkte rivierbekkens ter wereld, waar in totaal een tiende van de wereldbevolking leeft. 'Rivierdolfijnen zijn de bewakers van het water', aldus een woordvoerder van het Wereld Natuur Fonds. 'Hoge concentraties giftige stoffen die in deze dieren zijn gevonden, zijn een duidelijk signaal voor de slechte waterkwaliteit. Schoon water is niet alleen van levensbelang voor de dolfijnen, maar ook voor de lokale bevolking'.
Het Wereld Natuur Fonds werkt samen met bedrijven en bewoners langs de Ganges, Yangtze en de Indus om de situatie voor de rivierdolfijnen te verbeteren. Zo moedigt de natuurbeschermingsorganisatie mensen aan om de rivier niet te vervuilen met overtollige schoonmaakmiddelen en meststoffen. In de Ganges is over een bepaald traject van 164 km dank zij een dergelijke initiatief het aantal dolfijnen al toegenomen van 22 naar 42. Het Wereld Natuur Fonds roept overheden, bevolking en investeerders op om gebieden met een hoge biodiversiteit te beschermen. Schoon water is zowel goed voor de natuur als voor de mens.
(Bron: Wereld Natuur Fonds)
![]()
13-12-2004
China wil witte dolfijn van uitsterven redden
China wil verhinderen dat de laatste exemplaren van de witte dolfijn, een van de zeldzaamste dieren ter wereld, verdwijnen. De dolfijnen zullen worden overgebracht naar een reservaat, aldus het officiële persagentschap Nieuw China.
Van de witte dolfijn resten amper nog een honderdtal exemplaren. Ze komen enkel in China voor. Normaal zwemmen ze in de rivier de Yangtse, maar visvangst, de bouw van dammen en de vervuiling hebben hun populatie aangetast. Twintig jaar geleden waren er nog een 400-tal exemplaren.
De regering heeft nu beslist om de walvisachtigen over te brengen naar een reservaat van 2.000 hectare groot in de centrale provincie Hubei. De komende weken start de verhuis.
De witte dolfijnen worden ook wel eens levende fossielen genoemd, omdat ze ook 25 miljoen jaren geleden al rondzwommen. Biologen vrezen echter dat de witte dolfijn aan zijn laatste jaren op de aardbol bezig is.
(Bron: Het Belang van Limburg)
![]()