media 2008


media 2000 - 2001, media 2002, media 2003, media 2004, media 2005, media 2006, media 2007, media 2008

In de media kan je regelmatig lezen over adoptie. Hieronder een verzameling van deze berichtjes: van serieus tot pulp. Het laatste nieuws staat altijd boven aan. Heb je een berichtje dat hier nog niet bij staat, mail het dan naar mijn emailadres.

03-06-2008
Siberisch dorp adopteert 47 kinderen

In Barchatovo, een afgelegen plaatsje in Rusland, hebben de bewoners 47 kinderen uit weeshuizen geadopteerd. Volgens de bewoners is het dorp daarmee weer ,,vol hoop en leven''. Een jaar geleden adopteerde Tatjana Fadoesjina een 11-jarige wees, naar eigen zeggen omdat ze zich eenzaam voelde. In het jaar daarop volgden nog zeven andere kinderen, en ook buurtbewoners adopteerden kinderen uit een nabijgelegen weeshuis. Het dorpje had een paar jaar geleden nog maar twaalf inwoners. Volgens het Russische televisiekanaal Russia Today heeft Barchatovo in de regio navolging gekregen. Ook andere dorpen adopteren inmiddels weeskinderen.

(Bron: Algemeen Dagblad)

29-05-2008
Fouten met adopties beter bestrijden

Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie moet een pakket maatregelen nemen om te voorkomen dat er problemen ontstaan bij adopties van kinderen uit het buitenland. Onderdeel daarvan is dat Nederlandse ouders niet langer zelf de adoptie in het buitenland mogen regelen en bemiddelingsbureaus over ruime ervaring moeten beschikken. Dat heeft een commissie onder leiding van voormalig staatssecretaris Ella Kalsbeek donderdag geadviseerd. Zij heeft in opdracht van Hirsch Ballin gekeken naar adopties uit het buitenland, mede naar aanleiding van recente adoptieschandalen in India.

Toezicht: De minister had in reactie op de schandalen al aangekondigd dat adopties uit het buitenland onder strenger toezicht komen te staan. "We moeten de uiterste zorgvuldigheid betrachten", aldus de bewindsman donderdag. De commissie-Kalsbeek onderschrijft dat streven. Wereldwijd willen veel meer ouders een buitenlands kind adopteren dan er beschikbaar zijn.
"Dat maakt interlandelijke adoptie gevoelig voor onregelmatigheden, met het gevaar dat de economische wet 'vraag creëert aanbod' leidend wordt."

Contacten: Kalsbeek wil laten verbieden dat ouders zelf contacten in het buitenland leggen om een kind te kunnen opnemen. Adoptieouders kunnen via die weg kinderen uit een land halen terwijl Nederland daar nauwelijks zicht op heeft. Ook zijn de geldstromen moeilijk te controleren.
Adopties zouden vanuit Nederland ook altijd bemiddeld moeten worden door professionele bureaus, die jaarlijks minimaal dertig adopties uit het buitenland regelen. Deze bureaus moeten ondersteund worden met een structurele subsidie.
Momenteel hoeft een erkende bemiddelingsorganisatie slechts één adoptie in de twee jaar te doen om haar vergunning te behouden. Dat levert onvoldoende kennis op en het risico dat zo'n bemiddelingsbureau een individuele adoptie doordrukt om te kunnen overleven, aldus Kalsbeek.

Maximumleeftijd: De commissie vindt verder dat de maximumleeftijd waarop buitenlandse kinderen geadopteerd kunnen worden, omhoog mag van zes naar acht jaar. De leeftijdsgrens kan omhoog omdat oudere kinderen vaak moeilijk een nieuw gezin kunnen vinden in hun eigen land.
Kalsbeek houdt wel vast aan het uitgangspunt dat het leeftijdsverschil tussen adoptiekinderen en hun nieuwe ouders maximaal 40 jaar bedraagt. Dat betekent dat Nederlanders tot uiterlijk hun 48e jaar een kind uit het buitenland kunnen halen. Dat geldt ook voor de partners van mensen die voor éénouderadoptie kiezen. Uitzondering: Een uitzondering geldt als na die leeftijd blijkt dat mensen nog een biologisch broertje of zusje van hun eerste adoptiekind in huis kunnen halen. Hirsch Ballin sprak donderdag van "een belangrijk werk, waar wie iets mee moeten en kunnen".

(Bron: nu.nl)

25-04-2008
Adoptie Vietnam niet in orde

Vietnam houdt onvoldoende toezicht op de adoptie van Vietnamese kinderen, zegt de Amerikaanse ambassade in Hanoi. In een rapport meldt zij voorvallen waarin adopties duidelijk strijdig zijn met de Vietnamese wet. Het onderzoek is gebaseerd op honderden adopties door Amerikanen sinds 2006. Weeshuizen zouden moeders onder druk hebben gezet om hun baby’s af te staan in ruil voor ongeveer 285 euro, een jaarsalaris voor velen in Vietnam. In een geval heeft een ziekenhuis een baby overgedragen aan een adoptiebureau omdat de moeder de – vervalste – rekening niet zou kunnen betalen. Ook wordt beschreven hoe een grootmoeder een kind liet adopteren zonder toestemming van de moeder. Het departement voor Internationale Adopties in Vietnam noemt de beschuldigingen „ongefundeerd”. Het erkent dat omkoping van weeshuisdirecteuren voorkomt, maar er zouden geen problemen zijn met kidnapping of het verkopen van baby’s.
Vorig jaar verviervoudigde het aantal geadopteerde Vietnamese kinderen. De meeste worden aangenomen door Amerikanen, 828 in het afgelopen jaar.

(Bron: NRC Handelsblad)

07-04-2008
Rootsreis

Ouders die met hun adoptiekind het adoptieland bezoeken, doen er goed aan vooraf samen te bepalen wat het doel is van deze zogeheten rootsreis.Dat benadrukte adoptiedeskundige dr. A. J. G. Vinke zaterdag op een bijeenkomst van de Adoptievereniging Gereformeerde Gezindte. Vinke haalde het voorbeeld aan van een adoptiekind dat vrijblijvend aan zo’n reis begon en onverwacht in zijn geboortedorp belandde waar hij bovendien familieleden aantrof. „Achteraf had hij hulp nodig voor de verwerking. U moet tijdens uw reis veiligheidsluikjes inbouwen, waardoor dit soort situaties niet aan de haal gaat met uw kind.”

Standaardregels die het slagen of mislukken van een rootsreis bepalen, bestaan niet, aldus Vinke. „Wel gouden tips, zoals goed in de gaten houden of de tijd er rijp voor is.” Niet elk adoptiekind wil per se zo’n reis maken, net zo min als iedereen die niet is geadopteerd popelt om zijn stamboom te onderzoeken, zei Vinke. Onderzoek onder Nederlandse adoptiekinderen laat zien dat 44 procent van de mannen en 30 procent van de vrouwen geen informatie over zijn of haar herkomst zoekt en daarin ook niet is geïnteresseerd.

Sommige adoptiekinderen willen per se alleen op reis en verwijten hun adoptieouders dat die zaken over de afkomst hebben verzwegen. „Blijf open naar uw kind en informeer of het elders wel een klankbord heeft”, aldus Vinkes advies. Een van de aanwezigen vroeg aandacht voor de adoptiemoeders die voor hun eigen verwerking graag nog eens terug willen, maar daarvan afzien omdat noch hun man, noch hun adoptiekind daarin geïnteresseerd zijn. Vinke grapte: „Misschien heeft u het gat in de markt ontdekt.”

(Bron: Reformatorisch Dagblad)

26-03-2008
Adoptie is geen roze wolk, maar ook geen donderwolk

Ineens was er de kinderhandel en kinderroof in Hunan, één van China's armere plattelandsregio's. De media en politici buitelden over elkaar om interlandelijke adoptie aan de kaak te stellen.De laatste tijd komt adoptie vaak slecht in het nieuws, terwijl het vroeger bijna op een voetstuk werd geplaatst. Wat is er aan de hand in adoptieland?

Dat de adopties vanuit China 'vaak illegaal' zijn, zoals het Brabants Dagblad op de voorpagina kopte, is voorbarig. Maar laten we het wel grondig onderzoeken. Zo'n onderzoek is ook voor gezinnen zoals de mijne van belang, namelijk om adoptiegezinnen niet in verwarring achter te laten en om de buitenwacht duidelijk te maken dat onze kinderen langs legale weg zijn geadopteerd met alle voorzorgen die er vanuit Nederland zijn te nemen.

Al het slechte nieuws van het afgelopen jaar hangt vooral samen met de grote belangstelling die er internationaal is om een kind te adopteren. Een grote vraag en een - gelukkig - steeds kleiner wordende groep kinderen waarvoor niet in het eigen land een gezin kan worden gevonden, leidt tot een overspannen vraag. Omdat het vooral belangstellenden uit westerse landen zijn, is meteen duidelijk dat dit een groep is met geld. Dat heeft grofweg twee gevolgen. Ten eerste: landen waar de kinderen vandaan komen krijgen doordat ze voor interlandelijke adopties geld ontvangen te weinig prikkels om zelf voor al hun kinderen te gaan zorgen. Adoptiegelden zijn een welkome aanvulling op de karige budgetten voor jeugd-, gehandicapten- en ouderenzorg in die landen.

Ten tweede: daar waar er een overspannen vraag is, maakt een kleine groep bokkensprongen. Kinderhandel en -roof worden dan profijtelijk. Denk aan het gestolen Indiase jongetje. Dat moet met kracht de kop worden ingedrukt. Westerlingen die op slinkse wijze kinderen proberen te kopen, moeten stevig aangepakt worden. Of dat nu in het buitenland is - zoals het Nederlandse stel in Sri Lanka - of het stel dat de Belgische 'baby Donna' van een draagmoeder heeft gekocht.

Illegale adoptie bestaat niet. Adoptie is legaal en alles wat illegaal is, is kinderhandel of kinderroof.

De landen waar adoptiekinderen vandaan komen, behoren uiteindelijk zelf voor hun eigen kinderen te gaan zorgen als de biologische ouders niet voor ze kunnen óf mogen zorgen. Deze landen hebben hulp nodig om de binnenlandse pleeg- en adoptiezorg op te bouwen of om de medische zorg voor gehandicapte kinderen te verbeteren. Deze hulp wordt vaak gegeven door adoptiebureaus en adoptieouders.

Zolang er binnenlands geen gezin voorhanden is, kunnen kinderen in aanmerking komen voor interlandelijke adoptie, zo stelt het Haags Adoptieverdrag. Want het opgroeien in een gezin is vele malen beter dan het opgroeien in een tehuis. Onderzoek van de Leidse hoogleraar prof. F. Juffer laat zien dat Chinese adoptiekinderen hun grote ontwikkelingsachterstand waarmee ze in Nederland arriveren inhalen. 'Kinderen zijn enorm veerkrachtig en het gezin is de helende factor', concludeert Juffer.

Adoptieouders krijgen vaak het verwijt dat zij een krachtige pro-adoptielobby voeren. Internationaal is er zeker sprake van een sterke lobby. De Nederlandse adoptielobby is heel bescheiden. Er is een aantal adoptieouderverenigingen met ongeveer 2000 leden. Die lobby is natuurlijk heel groot als je het vergelijkt met de geadopteerden, die verenigd zijn in kleine verenigingen en de afstandsmoeders, wier stichting net is opgeheven. Het laatste jaar timmert wel nadrukkelijk Hilbrands Westra's United Adoptees International (UAI) aan de weg. Dat is een kleine groep gedreven geadopteerden die - terecht - ook de schaduwzijden van interlandelijke adoptie aan de orde willen stellen, zoals de perverse prikkels die uitgaan van de financiële stromen rond adoptie.

De Nederlandse adoptieouderverenigingen en de Nederlandse adoptiebemiddelaars - zoals Wereldkinderen, Kind en Toekomst en Meiling - onderschrijven volmondig de ethische normen voor verantwoorde adoptie zoals in het Haagse Adoptieverdrag zijn vastgelegd en handelen ernaar. Dat moeten we vooral ook zo houden.

Adoptie is kinderbescherming door middel van gezinsvorming. Voor kinderen is het enorm belangrijk om in een gezin op te groeien. Het liefst in het eigen land zelf en anders in het buitenland. Het aantal adopties daalt momenteel en zal in de toekomst nog veel verder gaan dalen, zo is de verwachting.

Ik prijs me zeer gelukkig met mijn prachtige Chinese dochter. Ik hoop dat er ooit voor haar een broertje of zusje komt. Of dat zo zal zijn, weet ik niet, omdat het hele systeem van interlandelijke adoptie onder druk staat. Wat ik in ieder geval hoop is dat journalisten en politici de nuance rond adoptie in beeld houden. Adoptie is voor veel kinderen zeer waardevol. Tegelijkertijd kunnen (aspirant-)adoptieouders behalve voor hun kinderwens ook meer oog krijgen voor de schaduwkanten van adoptie. Adoptie is geen roze wolk, maar ook geen donderwolk.

Alexander van den Dungen uit Sint-Michielsgestel is adoptievader en lid van de adviesraad van Stichting Adoptievoorzieningen.

(Bron: Brabants Dagblad, door Alexander van den Dungen)

22-03-2008
Niet meer betalen voor adoptie

Pien Bos, docent Radboud Universiteit Nijmegen, onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar adoptie in India
De financiële prikkel houdt de handel in kinderen in stand. Zo krijgt een verantwoorde adoptie geen kans. Vorige week berichtte Trouw over kinderen in China die van hun ouders zouden zijn afgepakt om ter adoptie aan gretige bemiddelende organisaties te worden verkocht. Minister van justitie Hirsch Ballin wil hierover opheldering, want adoptie is bedoeld als laatste redmiddel voor een kind in nood. Dat betogen ook de officiële Nederlandse adoptieorganisaties die bemiddelen tussen buitenlandse adoptieorganisaties en Nederlandse adoptieouders. Het mag niet zo zijn dat kinderen verhandeld worden. Dat idee roept over de gehele wereld verontwaardiging op en het verbod op kinderhandel wordt ondersteund door internationale verdragen.

Nederlandse adoptieorganisaties reageren verontwaardigd op de berichten. Met woorden als ’gruwelijk’ en ’schokkend’ nemen zij afstand van dergelijke praktijken. ’Wij zijn anders’ impliceren zij hiermee, want organisaties met een adoptievergunning willen niet met kinderhandel geassocieerd worden. En vervolgens bevechten zij hun integriteit door hun dagelijkse praktijk te verhullen achter een rookgordijn van politiek correcte termen. Termen waarmee de belangrijkste component, de geldstroom, wordt verhuld.

Betekent betalen voor een kind niet hetzelfde als kinderhandel? En adoptieouders betalen organisaties voor een kind. Vaak het liefst zo jong en gezond mogelijk, maar voor sommigen is ook een ouder kind met een lichamelijke handicap, een medisch probleem of een verstandelijke of emotionele ontwikkelingsachterstand van harte welkom. Belang van een kind of niet, de adoptieouders zijn klanten en de kinderen het product waar mensen met een kinderwens graag, verschillend per land en per organisatie, ongeveer 10.000 à 15.000 euro voor betalen.

Dit klinkt nu politiek incorrect. Maar 35 jaar geleden was het geen probleem dat er op deze manier geld van rijk naar arm stroomde. In de jaren zeventig, toen interlandelijke adoptie op gang kwam, was iedereen het daarmee eens. Daar waren kinderen in tehuizen waar de ouders niet voor konden, of in onze ogen niet voor wilden, zorgen. Hier waren echtparen die dolgraag een kind wilden, of wilden redden. Hoe meer kinderen daar weg waren hoe beter. Wij dachten oprecht dat we het beter wisten.

Maar het debat verschoof in de jaren negentig. Er begon iets te schuren. Deugde de huidige adoptiepraktijk wel? In plaats deze vraag hardop te stellen, traden er ingewikkelde verdedigende mechanismen in werking. Medewerkers van adoptieorganisaties ontwikkelden strategieën om de verwarring die ontstond, te sussen. Zij bedachten termen die de financiële componenten en de soms tegengestelde belangen verhulden. In de formele communicatie werd bijvoorbeeld het belang van het kind steeds meer benadrukt en in de beleidsnotities kwamen politiek correcte boodschappen. Ik heb daar, toen ik zelf nog bij een adoptieorganisatie werkte, actief aan mee geschreven.

Later vond ik het bevrijdend om te schrijven over moeders die geholpen moesten worden om, als het enigszins kon, voor hun eigen kinderen te kunnen zorgen. Ik geloofde in deze visie, zoals die zelfs werd vastgelegd in het Haags Adoptieverdrag. Maar de dagelijkse praktijk op het bureau bestond uit andere bezigheden. Er stonden adoptieouders op de wachtlijst, er waren aankomsten, er werden kanalen gesloten, dus er werden nieuwe kanalen geopend. Logisch, want als er geen kinderen zouden komen, zou het bestaan van de organisatie bedreigd worden. Dus onze eigen zekerheid. Want uiteindelijk betaalden adoptieouders ons werk: leuk werk, mooi werk ook, waar mensen bewondering voor hadden. Want we waren bezig met het redden van kinderen. Toch?

Adoptieouders betalen adoptieorganisaties in Nederland voor een kind. Deze organisaties betalen op hun beurt weer organisaties in India, China of waar dan ook, voor kinderen. Die organisaties moeten concurreren met andere bemiddelende organisaties en betalen ’leveranciers’ voor een kind. Ook in India krijgen ’doorverwijzers’ die in ziekenhuizen en abortusklinieken werken een fikse financiële tegemoetkoming onder het mom van onkosten- of reiskostenvergoeding. Uiteindelijk worden ouders, of alleenstaande moeders, beïnvloed, geleid, gemanipuleerd, of domweg gedwongen hun kind af te staan.

Bureaukosten, non-profit, onkostendekkend, hoe verhullend de termen ook zijn, medewerkers hier en daar verliezen hun baan als bemiddelingen uitblijven. Zo komen zij steeds meer in een spagaat tussen politiek correct handelen en de dagelijkse praktijk. De manier waarop interlandelijke adoptie decennia geleden vorm werd gegeven is ingehaald door de tijd en doet een beroep op de integriteit van individuen die afhankelijk zijn van bemiddelingsgeld. Dat is onzuiver en oneerlijk.

Autoriteiten in Nederland, maar ook in zendende landen, laten af en toe koppen rollen door vergunningen in te trekken en individuen te veroordelen. Dit wekt de suggestie dat alles onder controle is en impliceert dat bij de rest alles in orde is.
Maar de aanzuigende werking blijft bestaan. Met dit verschil dat de bemiddelaars er steeds beter in bedreven raken om de mechanismen te verhullen. Nu dit gegeven bekend is, kan geen enkele adoptieorganisatie en ook geen enkele overheid hier meer omheen.

De financiële prikkel moet er volledig uit. Geen geld, geen handel. Als dit wordt vastgelegd in een internationaal adoptieverdrag, verdwijnt de glijdende schaal, worden procedures controleerbaar en krijgt ethisch verantwoorde adoptie kans van slagen. Maar als adoptieouders niet meer per kind mogen betalen, waar moet dan het geld vandaan komen? En wat zijn de consequenties daarvan? Ik hoop dat die discussie op gang komt.

Natuurlijk, als Nederland hier alleen in staat, zal geen zendend land hier om malen en zal de stroom kinderen zich verplaatsen naar landen die wel bereid zijn om de geldstroom tussen adoptieouder en adoptiekind in stand te houden. Dat neemt niet weg dat Nederland met twee adoptiehoogleraren een vooraanstaand kennisgenererend land is. Een voortrekkersrol lijkt daarmee op zijn plaats.

(Bron: Trouw)

20-03-2008
Ontheffing van het ouderlijk gezag na adoptie kind in Sikh-geloofgemeenschap

Kind voorbestemd om te worden geadopteerd: De Raad voor de kinderbescherming verzoekt de ouders te ontheffen van het ouderlijk gezag over de minderjarige. De Raad motiveert het verzoek als volgt. Zowel de ouders als de aspirant adoptiefouders behoren tot de Sikh-geloofsgemeenschap. Vanuit hun geloof en traditie is het gebruikelijk om naasten die kinderloos zijn te helpen. De ouders hebben de minderjarige dan ook bewust verwekt met de bedoeling deze af te staan aan de aspirant adoptiefouders. De minderjarige is direct na zijn geboorte bij de aspirant adoptiefouders gaan wonen. Volgens de raad ontbreekt bij de ouders de wil om voor de minderjarige te zorgen. Hun uitdrukkelijke wens is immers de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de aspirant adoptiefouders over te laten.  De ouders zijn derhalve feitelijk ongeschikt c.q. onmachtig om hun plicht tot opvoeding en verzorging van de minderjarige te vervullen, aldus de raad. Direct na de geboorte is de minderjarige bij de aspirant adoptiefouders gaan wonen. Nu de ouders zich niet verzetten tegen de verzochte ontheffing en voorts het belang van de minderjarige zich niet tegen de verzochte ontheffing verzet, wijst de rechtbank het verzoek van de raad toe.

(Bron: Juridisch Dagblad)

13-03-2008
Raad van State: Geen adoptiekind voor Jehova’s

Minister Donner van Justitie heeft in oktober 2005 terecht het verzoek van twee Veenendaalse Jehova’s getuigen afgewezen om een buitenlands kind te adopteren. Dat heeft de Raad van State woensdag bepaald. Donner wees het verzoek af, omdat de twee hun kind een bloedtransfusie zouden weigeren.

Adoptiefouders dienen, voordat ze toestemming krijgen een kind uit het buitenland te halen, een verklaring te ondertekenen waarmee ze instemmen met het verlenen van alle gangbare medische behandelingen aan hun adoptiekind. Een bloedtransfusie is ook zo’n gangbare medische handeling.

De verklaring is voor de kinderloze Nathalie Grandia en haar man grotendeels geen punt, maar bloedtransfusies gaat in tegen hun geloof. Jehova’s getuigen wijzen op grond van Bijbelteksten bloedtransfusie af. Het echtpaar Grandia heeft tot dusver dan ook nog geen verklaring ondertekend. Van de minister van Justitie kregen ze daarop geen toestemming voor adoptie.

In februari legden ze hun zaak voor aan de Raad van State. De rechtbank in Utrecht stelde de man en vrouw eerder in het ongelijk. Zij gingen daartegen bij de Raad in beroep. Het echtpaar stelde dat er alternatieven zijn voor bloedtransfusies. Op de rechtszitting erkenden de twee wensouders echter dat hun alternatieven niet zo gangbaar zijn.

De Raad van State bepaalde woensdag dat het echtpaar Grandia niet voldoet aan de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie zolang ze de verklaring niet hebben ondertekend. De beginseltoestemming is dan ook terecht geweigerd.

Voor Jehova’s getuigen met kinderen die een bloedtransfusie nodig hebben is een afspraak gemaakt met de kinderbescherming. In noodgevallen vraagt de kinderbescherming tijdelijk de voogdij aan de kinderrechter, waardoor de ouders even buitenspel staan. Grandia wil van dit protocol ook gebruik gaan maken.

(Bron: Reformatorisch Dagblad)

07-03-2008
Wilt u adopteren: kind met open rug

Ieder kind is welkom, dachten Renate (33) en Tieno (34) van der Velde uit Kampen, toen ze besloten een kind uit het buitenland te adopteren, óók als het niet helemaal gezond is. Dus vonden ze het een onmogelijke vraag van adoptiebureau Wereldkinderen. ‘Op het formulier stond: Bent u bereid op te nemen: een kind met een gespleten lip/open rug/geen zicht/hartruis/hepatitis B/klompvoet/astma, en zo nog een hele rits aandoeningen’, zegt Renate. ‘Hoe moet je daar nu uit kiezen? Wij hebben alle vakjes aangekruist.’

Steeds meer buitenlandse adoptiekinderen hebben een handicap. Ze worden special need-kinderen genoemd, omdat zij om allerlei redenen extra zorg nodig hebben. Er wordt nog niet bijgehouden hoeveel van deze kinderen naar Nederland komen, maar alle partijen zijn het erover eens dat het er steeds meer worden. Cru gezegd: het adoptiekind is niet meer dat schattige Chinese meisje, maar steeds vaker een gehavend kind.

In het Haags Adoptieverdrag is in 1993 vastgelegd dat een kind het beste af is met adoptie in het eigen land. De effecten van dat verdrag worden nu zichtbaar, zegt directeur Peter Benders van de Stichting Adoptievoorzieningen: ‘Jonge, gezonde baby’s worden opgevangen in het land van herkomst. De wachttijd voor zo’n gezond kind is langer dan voor een kind met een medische afwijking, een problematische achtergrond, een ouder kind, of een kind met broertjes en zusjes.’

Volgens een woordvoerster van adoptiebureau Wereldkinderen is ‘zeker meer dan de helft’ van de kinderen die het bureau plaatst een kind met een speciale zorg. Ook adoptiebureau Meiling herkent die trend. De Raad voor de Kinderbescherming, die bepaalt of een gezin geschikt is voor adoptie van een gehandicapt kind, voert steeds meer van dergelijke onderzoeken uit. Omdat de familie Van der Velde zo het formulier zo ruimhartig had ingevuld, kwam inderdaad binnen de kortste keren bericht. Uit Zuid-Afrika.

Renate: ‘We kregen te horen dat er een kind was met een vernauwing van het strottenhoofd, dat niet of nauwelijks kon praten. Ze vertellen expres niet of het jongetje of een meisje is. Je moet eerst ‘ja’ zeggen tegen de aandoening.’ Thobeka (nu 5) bleek buiten de lawaaierige omgeving van het kindertehuis best te kunnen praten, op fluistertoon. Ze heeft af en toe last van ademnood. Misschien wordt ze geopereerd. ‘Maar verder gaat het prima met haar’, zegt haar moeder. ‘Ze heeft heel veel vriendinnetjes.’

In Kampen diende zich snel een tweede adoptiekind aan, als volgt omschreven: ‘ondervoed en verwaarloosd kind met tbc, helft van een tweeling, andere helft dood, moeder overleden aan aids.’ Renate: ‘Dat is toch een stuk heftiger dan een fysieke aandoening.’ Inmiddels hebben Renate en Tieno zich ingeschreven voor een derde adoptiekind met een ‘special need’.

(Bron: De Volkskrant, door  Aimée Kiene)

01-03-2008
’Adoptie is lang niet zo goed als velen denken’

Vloeiend Fries spreekt hij, en nauwelijks Koreaans: Jung Woon Seok (38), alias Hilbrand Westra, groeide op in een Fries gezin met acht adoptiekinderen. Maar over adoptie is hij zeer kritisch. Bij (aspirant-)adoptieouders is hij niet erg populair, weet Hilbrand Westra. Dat komt door de ongemakkelijke vraag die hij ze voorhoudt: is adoptie wel in het belang van het kind?
Het antwoord is vaak ’nee’, denkt Westra, die in 2006 United Adoptees International oprichtte, een organisatie van volwassen geadopteerden. Die boodschap draagt hij ook uit in krantenartikelen en radio- en tv-interviews. Zijn kritische stem klinkt steeds luider in het Nederlandse adoptiedebat. „Ik raak adoptieouders in de kern van hun wezen”, zegt Westra. Niet dat hij dat beoogt: „Dat ik ze kwets, is een onbedoeld bijeffect.” Wat hij wel wil, is een open en eerlijk debat over de keerzijde van internationale adoptie. Over kinderroof en kinderhandel bijvoorbeeld, over de zwakke positie van afstandsmoeders, of over legale adoptie als lucratieve markt.
Over dergelijke thema’s heeft Westra, die bevlogen en snel spreekt, een indrukwekkende kennis. Onderzoeken, cijfers, boektitels, namen van buitenlandse adoptiedeskundigen – hij schudt ze zo uit zijn mouw. Zijn brood verdient hij als zelfstandig bedrijfsadviseur, maar zijn hart ligt bij het onbezoldigde adoptiewerk waaraan hij al vele jaren wekelijks zo’n twintig uur besteedt.

De bron van Westra’s vurige interesse is natuurlijk zijn eigen biografie. Als Jung Woon Seok werd hij geboren in Korea, als jongste telg (zo hoorde hij pas veel later) in een samengesteld gezin van acht kinderen. ’Watersteen’ betekent zijn Koreaanse naam, maar ook ’bergtop omgeven door wolken’. Dat beeld past goed bij hem, zegt Westra: „Er zit in mij een standvastige, zakelijke kant, maar ook iets zachts.”
Zijn Friese naam kreeg hij op vierjarige leeftijd, toen hij in 1973 ter adoptie werd gesteld. Samen met zijn zusje belandde de kleine Watersteen in Nederland bij het gereformeerde echtpaar Westra, dat hem Hilbrand noemde.
Wat volgde is een oer-Hollandse jeugd in een ongewoon Fries gezin, waarin na Hilbrand en zijn zusje nog zes adoptiekinderen werden opgenomen: nog één uit Zuid-Korea, twee kinderen uit Indonesië en drie uit Brazilië. Deze bonte kinderstoet leerde schaatsen, bezocht de compleet witte dorpsschool, las thuis Trouw en de Friese bijbel. Over adoptie werd nauwelijks gepraat.

„Ik was me er wel bewust van dat ik anders was, maar ik had daar geen reflectie op”, zegt Westra. Zijn ouders wisten weinig over Korea of de achtergrond van hun andere kinderen. Pas toen Westra het huis verliet om te gaan studeren, rezen er prangende vragen: wie ben ik en waar kom ik eigenlijk vandaan? Hierover probeerde Westra met zijn adoptieouders te praten, maar dat lukte niet tot zijn spijt. Inmiddels heeft hij het contact met hen verbroken, en daarmee ook de relatie met zijn adoptiebroers en -zussen, die zich solidair met hun Friese ouders verklaarden. Anders dan hij, zien zij adoptie niet als een complex probleem maar als een ’heilige’ of ’levensreddende’ daad, zegt Westra. „Ik denk ook dat ze het pijnlijk vinden om me te ontmoeten, want met mij kun je het onderwerp ’adoptie’ niet vermijden.”

Als twintiger ondekte Westra op eigen houtje dat zijn adoptiedossier – zijn voorgeschiedenis in Zuid-Korea, te boek gesteld door het kindertehuis aldaar – niet klopte. Hij bleek biologische broers en zussen te hebben van wie hij geen weet had, en zijn gezin van herkomst stak sowieso anders in elkaar dan hij dacht. Maar Westra schrok daar niet meer zo van: „Ik had toen al zo vaak meegemaakt dat adoptiedossiers niet klopten. Mijn verhaal was gewoon het zoveelste bewijs.”
Een bewijs van het feit dat adoptie veel complexer is dan je op het eerste en tweede gezicht denkt, zegt Westra. Levensverhalen, zo weet hij nu, worden herzien uit schaamte, slordigheid, onwetendheid of winstbejag. Voor Westra is zijn eigen gefalsificeerde biografie ook een illustratie van de naïviteit van de adoptiebemiddelaar: „Ik ben geadopteerd via de voorloper van Wereldkinderen, maar die zette nooit ook maar één vraagteken bij de dossiers.”

Het was de tijd van schrijver Jan de Hartog, een van de eerste adoptievaders in Nederland, zo kan als verzachtende omstandigheid worden aangevoerd. Die deed in het tv-programma ’Mies en scène’ van Mies Bouwman een emotionele oproep tot adoptie: ieder kind dat gered kan worden, is er één, zo was het heersende idee.
Anno 2008 lijkt die naïviteit verdwenen, komen er geregeld misstanden in het nieuws en is adoptie een wijdverbreid internationaal fenomeen dat z’n goede imago langzaam aan begint te verliezen. Maar volgens Westra is de ’adoptiemythe’, zoals De Hartog die als eerste verkondigde, nog steeds dominant: „Veel moderne adoptieouders zijn net zo naïef als de ouders van toen. Ze sluiten hun ogen voor de harde werkelijkheid.”

In die werkelijkheid, gezien door Westra’s ogen, reizen er jaarlijks 40.000 kinderen uit zogeheten kansarme landen naar hun adoptieouders in het rijke Westen. Zij ondernemen die reis in de eerste plaats om de kinderwens van hun aanstaande nieuwe vader en moeder: „Adoptie is een leverancierskwestie geworden, en geen hulp- of redmiddel.”
Westra plaatst kritische kanttekeningen bij alle facetten van het adoptieproces. Bij het geld dat ermee gemoeid is en dat het kinderaanbod volgens hem dus vergroot: „De weeshuizen zijn onder andere zo vol vanwege de vele adoptieaanvragen.” Bij de motieven van adoptieouders: „Als ze zo graag kinderen willen helpen, waarom nemen ze dan geen Nederlands pleegkind?” Bij hun westerse arrogantie: „Veel adoptieouders denken toch dat speelgoed en weelde bijdragen aan geluk.”

Bij het beeld van het arme weeskind dat nergens anders terecht kan: „Het is vaak onduidelijk of zogenaamde wezen of vondelingen ook echt zonder ouders zijn.” En bij de moeder die, bijvoorbeeld uit geldnood, wel afstand van haar kind ’moest’ doen: „We vinden in Nederland tegenwoordig dat vrouwen hun kind beter niet kunnen afstaan. Waarom keuren we dat bij buitenlandse vrouwen dan wel goed?”

Tot slot betwijfelt Westra of het voor kinderen wel zo goed is om in een totaal andere cultuur door adoptieouders te worden opgevoed: „Waarom denk je dat volwassen geadopteerden zelf zelden kinderen willen adopteren? Ik vind dat je alles op alles moet zetten om een kind bij zijn ouders te laten. Je moet het niet lostrekken van zijn oorspronkelijke basis.” Zo kan Westra uren doorgaan, op zakelijke toon, terwijl hij zijn betoog met cijfers en feiten lardeert. Toch vindt hij zichzelf geen ’strijder tegen adoptie’, zoals adoptieouders hem op internetforums wel noemen. Voor sommige kinderen, die echt geen ouders, familiebanden en vangnet meer hebben, kan adoptie volgens Westra wél een laatste redmiddel zijn. „Ik voer geen strijd”, zegt hij. „Ik wil alleen de waarheid boven tafel.”

Aan die tafel zit hij nu geregeld, als voorzitter van United Adoptees International, met beleidsmakers en werkers in het adoptieveld. Hij is zich ervan bewust dat hij in die overleggen waarschijnlijk maar een klein deel van de 36.000 volwassen geadopteerden in Nederland vertegenwoordigt. Veel geadopteerden zijn loyaal aan hun adoptieouders, en dat is logisch, zegt Westra: „Je wilt als kind niet ondankbaar zijn. Je adoptieouders hebben je toch alles gegeven wat je nodig had?”
Het is overigens ook heel begrijpelijk en prima als volwassen geadopteerden zich níet met het vraagstuk van adoptie willen bezighouden, vindt Westra: „Want wie wel op zoek gaat naar het conflict in zichzelf, betaalt een hoge prijs: relaties worden verbroken, mensen raken hun banen kwijt.”

United Adoptees International: In het debat over internationale adoptie ontbrak tot voor kort één stem, zegt Hilbrand Westra: die van de volwassen geadopteerde. Terwijl deze juist heel waardevolle informatie kan verstrekken over bijvoorbeeld de effecten van adoptie. Daarom richtte Westra, zelf geadopteerd, in 2006 een organisatie op voor volwassen geadopteerden: United Adoptees International (UAI, zie voor informatie de website www.uai-nl.blogspot.com). De UAI beschouwt adoptie niet als de oplossing van een probleem, maar als een probleem op zichzelf.

(Bron: Trouw, door Iris Pronk)

21-02-2008
Adoptie door alleenstaande mag in Europa

Alleenstaanden en ongehuwde stellen in Europa komen in aanmerking voor adoptie. Over homoseksuele koppels beslissen de lidstaten zelf. Dat staat in een ontwerp-adoptieverdrag van de Raad van Europa. In Nederland mogen homoseksuelen en alleenstaanden al adopteren. Het verdrag is een herziening van de versie uit 1967. Maud de Boer, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad van Europa, vindt dat het nieuwe verdrag „helderheid” schept. „We hebben echt vooruitgang geboekt, het belang van het kind staat nu centraal.”

Om dat te bereiken, zijn verschillende regels vastgelegd: kinderen vanaf veertien jaar dienen in te stemmen met hun adoptie en toestemming van de biologische vader is vereist. Ook dringt het verdrag aan op een betere balans tussen het recht van het kind om te weten waar het vandaan komt, en de bescherming van de anonimiteit van de ouders. Het belang van het kind staat daarbij voorop.

Het zijn zaken die in Nederland al geregeld zijn. Deskundigen in Nederland hebben het verdrag nog niet gelezen en willen er daarom nog niet op reageren. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk of in het verdrag een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende vormen van adoptie. Bij adoptie van een Nederlands kind moet de biologische vader bijvoorbeeld altijd toestemming geven aan de stiefouders die het kind adopteren. Bij adoptie van buitenlandse kinderen is de vader bijna nooit bekend.

De regel dat kinderen vanaf veertien jaar met hun eigen adoptie moeten instemmen, geldt voornamelijk bij adoptie binnen een land. Adoptie van kinderen uit andere landen kan in het algemeen tot zes jaar. Als de identiteit van de biologische ouders bekend moet zijn, wordt anoniem bevallen zoals in Frankrijk kan, onmogelijk. Het verdrag, dat in mei ondertekend wordt, moet daarna nog door de lidstaten worden geratificeerd. Het verdrag zal alleen gelden in de landen die het uiteindelijk ondertekenen.

(Bron: NRC Handelsblad)

13-02-2008
Ook Gwyneth Paltrow wil kind adopteren

Gwyneth Paltrow overweegt een baby te adopteren. Maar in tegenstelling tot Madonna en Angelina Jolie, is ze van plan om een adoptiekind dichterbij huis te vinden. "We denken erover om een baby uit Brooklyn te adopteren, ik kom tenslotte uit New York", zegt Paltrow.
Volgens de Oscarwinnares ziet haar man, Coldplay-zanger Chris Martin, een adoptiebaby ook wel zitten. "Chris is voor adoptie, maar ik weet het nog niet zeker. Ik ben er nog over aan het nadenken."

(Bron: Tiscali.nl)

08-02-2008
Echtpaar Beckham wil kindje adopteren

David en Victoria Beckham overwegen een meisje uit Afrika te adopteren. Dat meldt de Telegraaf. David zou het idee voor adoptie hebben opgevat tijdens een trip naar Sierra Leone. Volgens de krant heeft David zelfs al advies ingewonnen bij zijn vriend Tom Cruise, die twee geadopteerde kinderen heeft.

(Bron: nos.nl)

08-02-2008
Nieuwe ouders melden zich aan voor Leo Zhang

Vanuit het hele land melden potentiële ouders zich bij de politie om zich te ontfermen over het 9-jarige jongetje Leonardo Zhang, dat dinsdag door zijn moeder en een nog onbekende man in de trein is achtergelaten.
"Het medelijden met het ventje is groot", zegt politiewoordvoerder Alfred Ellwanger. "We hebben 25 tips binnengekregen van mensen die beweren hem en zijn moeder gezien te hebben." De politie is na de vondst van Leonardo in de trein van Leiden naar Haarlem met hem naar een Chinees en Italiaans restaurant gegaan, omdat hij alleen die talen machtig is. "Voor ons was hij onverstaanbaar, maar daar is duidelijk geworden dat hij door zijn moeder, die hij Sophia noemt, en een voor hem onbekende man in de trein is achtergelaten. Waarom is een raadsel. Het ventje is kerngezond. Wel ziet hij er jonger uit. Hij zegt dat hij negen is, maar ziet er uit als zes, zeven jaar."
Op dit moment verblijft het ventje nog bij Nidos, een voogdij-instelling in Utrecht dat gespecialiseerd is in de opvang van minderjarige vluchtelingen en asielzoekers zonder ouders.
"Momenteel hebben wij de voogdij over het jongetje en we zijn op zoek naar een liefdevol pleeggezin waar hij voor korte of langere tijd terecht kan. Om hem zoveel mogelijk op z'n gemak te stellen, zoeken we specifiek naar Italiaans- of Chineessprekende pleegouders", aldus woordvoerster Elsbeth Faber van het Nidos. Theoretisch is het mogelijk dat Leonardo wordt geadopteerd, maar dat is niet gebruikelijk bij dergelijke kinderen. " Hier zijn nog biologische ouders in het spel en adoptie is meteen zo definitief. Het gebeurt dus niet vaak, maar het kan wel", zegt Faber.

(Bron: De Telegraaf)

07-02-2008
Madonna zinspeelt op meer adoptiekinderen

Madonna sluit de mogelijkheid niet uit dat haar multiculturele gezinnetje in de toekomst wordt uitgebreid. Gevraagd naar haar vermeende plannen om een Malawisch meisje te adopteren, deed de popster niet aan de gewoonlijke ontwijkingsmanoeuvres. "We kunnen er nog wel een paar aan", zei ze woensdag tijdens een benefietgala in New York.
In het hoofdkantoor van de Verenigde Naties had ze veel van haar beroemde vrienden uitgenodigd om geld op te halen voor haar stichting Raising Malawi. Zo maakten zangeres Jennifer Lopez en haar man Marc Anthony hun opwachting en was hitmachine Rihanna opgetrommeld om twee liedjes te zingen.
Madonna adopteerde eind 2006 de Malawische baby David Banda. Sindsdien zet ze zich met haar stichting in voor kansarme kinderen in het Afrikaanse land. Geruchten over een tweede adoptie, dit keer van een meisje, doen al geruime tijd de ronde. Eerder wilde de popster, die dit jaar vijftig wordt, niet ingaan op deze speculaties.

(Bron: Trouw)

28-01-2008
Jongen of meisje: adoptieouders verliezen keuzevrijheid

Ouders die een kind uit binnen- of buitenland willen adopteren, mogen niet langer kiezen of ze een jongen of een meisje willen. De maatregel komt er omdat opvallend veel ouders voor een meisje kiezen.

De Vlaamse Centrale Autoriteit inzake Adoptie (VCA) besliste dat adoptieouders in spe geen geslachtsvoorkeur meer mogen opgeven in hun aanvraag. 'Ouders denken dat meisjes gemakkelijker op te voeden zijn, of ze zijn bang dat - in het geval van buitenlandse adopties - jongens meer kans lopen op racisme', vertelt Vlaams adoptieambtenaar Dorine Chamon. Kind en Gezin, dat nauw samenwerkt met de VCA, en de Vlaamse adoptieambtenaar bevestigen de beslissing.

Cijfers over 2007 zijn er nog niet, maar uit de gegevens van het jaar voordien trekt de VCA al de conclusie dat de dwingende voorkeur voor een of ander geslacht niet meer houdbaar is. De keuzemogelijkheid die Vlaamse adoptiebureaus tot nu boden, zorgt er volgens Chamon voor dat er meer jongens in buitenlandse weeshuizen blijven zitten. 'We vonden dat we daartegen moesten optreden. Uiteindelijk zijn we op zoek naar ouders die een kind willen adopteren, en niet enkel een jongen of enkel een meisje. Wie via de natuurlijke weg zwanger wordt, heeft die keuzemogelijkheid trouwens ook niet.'

Ethiopië en China: In 2006 werden in Vlaanderen 22 adopties uit het binnenland geregistreerd - daarvoor is het al langer onmogelijk om het geslacht te kiezen - en 162 kinderen uit het buitenland - vooral uit Ethiopië en China. Ook daar zal voortaan nog maar hoogst zelden rekening worden gehouden met de voorkeur van de adoptieouders.

Vele ouders die een kind willen adopteren, hebben nu al geen expliciete voorkeur voor een jongen of een meisje. Dat zegt Leen Du Bois, woordvoerster van Kind en Gezin in de kranten Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen. 'Het is zeker niet zo dat alle kandidaat-adoptieouders expliciet een meisje of een jongen willen', zegt Du Bois. Ze geeft wel toe dat als er een expliciete keuze is, dat er dan meestal een meisje gevraagd wordt.

Uitzondering: Kind en Gezin zal nog occasionele uitzonderingen maken op de keuzebeperking, zegt Du Bois: 'Sommige ouders hebben een kindje verloren en komen dan naar ons met de wens om een kind te adopteren van het andere geslacht - om niet blijvend te worden herinnerd aan hun verlies. Daarvoor kunnen we nog begrip opbrengen. Maar andere uitzonderingen gaan we niet meer maken. Want landen zoals Kazachstan en andere aanvaarden niet langer dat ze met de jongetjes blijven zitten.'

In het geval van China spreken de cijfers voor zich: van de 47 Chineesjes die er in 2006 werden geadopteerd, was er maar één een jongetje. Du Bois: 'Maar daarvoor is vooral de één-kind-gezinspolitiek van China verantwoordelijk.' Want als Chinezen noodgedwongen kinderen moeten afstaan, zijn dat bij voorkeur meisjes.

Ook uit de algemene statistieken blijkt de voorkeur voor meisjes: 67 jongetjes tegenover 95 meisjes. De voorkeur voor zo jong mogelijke kinderen blijkt eveneens: boven de twee jaar vindt een kindje nog maar moeilijk adoptieouders. Van de kinderen geadopteerd in 2006 was maar een derde ouder dan twee jaar.

(Bron: Belga)

09-01-2008
Indiase kinderen vaak onder druk afgestaan

Ongehuwde vrouwen in Zuid-India staan hun kind meestal niet vrijwillig af ter adoptie. Ze doen dat onder grote druk van familieleden én hulpverleners.
Die hulpverleners hebben een dubbele agenda, zegt antropologe Pien Bos: ze begeleiden ongewenst zwangere vrouwen, en plaatsen afgestane kinderen bij Indiase of buitenlandse adoptieouders. Een adoptiekind levert geld op voor de instelling.

Bos deed twee jaar lang onderzoek in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil-Nadu naar adoptie, vanuit het perspectief van ongehuwde moeders. Ze bezocht regelmatig opvanghuizen in de buurt van de stad Chennai. Daar lopen ongewenst zwangere vrouwen in een ’fuik’, constateerde Bos. Ze komen er zelden mét kind vandaan. Hulpverleners zouden een ’burgerlijke moraal’ hebben: ze menen dat er voor ongetrouwde moeders geen plaats is in de maatschappij.

Bos: „Maatschappelijk werkers zeggen tegen die vrouwen: Breng de vader van je kind maar hier.” Lukt dat niet – omdat de vrouw verkracht is, of omdat de man in kwestie niets meer met haar te maken wil hebben – dan wordt afstand doen als de enige optie gepresenteerd. „Een ongetrouwde, zwangere vrouw heeft weinig macht”, zegt Bos. „Ze staat onderin de hiërarchie van de familie en het opvanghuis. De aanstaande moeder moet gehoorzamen, dat is de cultuur binnen zo’n instituut.”

Dat in Zuid-India de hulp aan ongewenst zwangeren gecombineerd is met adoptiebemiddeling, is volgens Bos bedenkelijk. Want met adoptie is geld gemoeid, daar bestaan de instituten van: „En dat weten die moeders.” Het feit dat adoptie bestaat, zegt Bos, werkt door op de besluitvorming van deze vrouwen. „Dat is mijn belangrijkste bevinding.” De vrouwen die Bos interviewde, kregen geen informatie over de (levenslange en vaak traumatische) gevolgen van afstand doen. Ook werden ze niet in contact gebracht met ongetrouwde moeders die hun kinderen, tegen alle sociale conventies in, wél hebben gehouden.

(Bron: Trouw, door Iris Pronk)

06-01-2008
Broer en zus na 67 jaar herenigd

Een broer en zus zijn na 67 jaar weer herenigd. Ze ontmoetten elkaar toevallig in een klein dorpje in Engeland. De 67-jarige Jack Allen verhuisde in 2004 naar het dorpje en werd vrienden met de plaatselijke kruidenier. En dat bleek later de dochter te zijn van zijn 75-jarige zus Pat Collins. Het duurde drie jaar voor de drie doorkregen dat ze familie waren. Allen werd namelijk geadopteerd en had sinds zijn zevende de naam van zijn adoptieouders. De twee kwamen erachter toen Allen aan Pat zijn echte naam en geboorteplaats vertelde. Van Pat hoorde hij toen dat hij nog acht zussen en broers heeft.

(Bron: Nos)

05-01-2008
Johnny Hallyday wil tweede adoptiekind

De Frans-Belgische oerrocker Johnny Hallyday wil samen met zijn vrouw Laeticia dit jaar een tweede kind adopteren. Dat zegt mevrouw Hallyday in een zaterdag verschenen interview in de Zwitserse krant Le Matin. Meer dan drie jaar nadat het stel een Vietnamees kindje adopteerde, wil het paar nu een nieuw adoptiekindje. Het koppel verwacht al twee jaar een antwoord op hun vraag en dat zou er dit jaar komen.

Sinds eind 2006 woont het paar in het Zwitserse skistation Gstaad. Het is echter "zeer aan Vietnam gehecht" en heeft er een weeshuis voor gehandicapte kinderen uit de grond gestampt. In 2004 adopteerden de zanger en zijn echtgenote het Vietnamese kindje Jade, dat in het weeshuis Thanh Ba in de straatarme Vietnamese provincie Phu Tho verbleef. "Een dag zal onze dochter haar verleden willen ontdekken en haar 'roots' willen leren kennen", zei Laeticia Hallyday.

(Bron: De Morgen)

04-01-2008
Adoptie India: met verward hoofd en bezwaard hart

Antropologe Pien Bos sprak in Zuid-India met tientallen afstandsmoeders en ontdekte dat zij hun beslissing nemen in ’een heksenketel van paniek’. Van een vrije keuze – kind afstaan of houden – is nauwelijks sprake.

Ze is ongetrouwd, zwanger en volstrekt in paniek: Sundari, een jonge vrouw uit de Zuid-Indiase deelstaat Tamil-Nadu. Terwijl haar buik begint te groeien en de hormonen door haar lijf gieren, moet Sundari zich verweren tegen de woede van haar moeder. Die verwijt haar de schande: seks voor het huwelijk is taboe, een bastaardkind ondenkbaar. Moeder ziet maar één oplossing: haar dochter moet de baby in het geheim afstaan ter adoptie.
En zo komt Sundari terecht in een opvanghuis voor ongewenst zwangere vrouwen. Daar is het eten goed en zijn de medewerkers aardig, daar kan ze uitrusten van alle emoties en de scheldpartijen thuis. Daar voert ze gesprekken met een vriendelijke hulpverlener, die overigens wél dezelfde, dwingende boodschap heeft als haar moeder: Sundari moet straks afstand doen van haar kind. Want ’dat is het beste voor iedereen’.

Sundari is één van de 36 ongehuwde ’afstandsmoeders’ die antropologe Pien Bos in Zuid-India volgde, tijdens intensief veldwerk in 2002 en 2003. Volgende week donderdag promoveert Bos aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift ’Once a mother’ (’Eens een moeder’), over afstand en adoptie vanuit het perspectief van deze Indiase vrouwen.
Dat perspectief maakt haar onderzoek bijzonder. Wetenschappers hebben in de afgelopen decennia weliswaar een flinke adoptiebibliotheek opgebouwd, maar die belicht vooral het adoptiekind, een enkele keer de adoptieouders, maar eigenlijk nooit de biologische moeders.
Centraal in Bos’ onderzoek staat de vraag: hoe komen vrouwen tot de – zeer ingrijpende – beslissing om hun baby af te staan?

Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig, zo benadrukt de promovenda. De 36 vrouwen die zij interviewde, hebben allemaal andere voorgeschiedenissen: de één werd verkracht door haar oom. De ander raakte zwanger van haar minnaar, die beloofd had met haar te trouwen maar dat uiteindelijk niet deed. Terwijl de ene vrouw zich gesteund weet door liefdevolle ouders, wordt de andere door al haar verwanten uitgestoten.
Maar stuk voor stuk nemen ze hun beslissing – waarschijnlijk de moeilijkste van hun leven – met verward hoofd en bezwaard hart.
Dat doen ze overigens niet alleen. Sterker nog: soms hebben de moeders zelf nauwelijks invloed op wat er met hun kind gebeurt. Dat is de verontrustende conclusie van Bos’ onderzoek. Familieleden zetten de zwangere of net bevallen vrouw vaak onder druk: woedende moeders die bang zijn voor de roddelzieke buren. Of bezorgde vaders die vrezen dat hun dochter nooit meer een echtgenoot zal vinden, als bekend wordt dat ze seks en zelfs een kind heeft gehad.

Minder bekend – maar cruciaal – is de rol van lokale hulpverleners in het besluitvormingsproces. Bos ontmoette de 36 moeders in verschillende opvanghuizen in de buurt van de Zuid-Indiase stad Chennai, die allemaal ook nog een andere taak hebben: afgestane kinderen plaatsen bij (buitenlandse maar in toenemende mate Indiase) adoptieouders. Voor die kinderen krijgen de instituten geld, en daar, zegt Bos, begint het verhaal troebel te worden.
Voor alle duidelijkheid: de antropologe deed geen onderzoek naar illegale adopties, kinderhandel of andere wanpraktijken. Bos ging niet op bezoek bij Malaysian Social Service, het kindertehuis dat (zo maakte tv-rubriek ’Netwerk’ vorig jaar bekend) mogelijk betrokken is bij kinderroof en dat toevallig ook in Chennai staat. De vrouwen die zij sprak zetten netjes hun handtekeningen onder officiële afstandsdocumenten. En de hulpverleners zijn geen gewetenloze schurken maar mensen die het beste met de moeders voor hebben.

Over wat het beste is, twijfelen zij geen moment: een ongetrouwde moeder ’bestaat niet’ in India, het kind is beter af bij een gewoon gezin met twee adoptieouders. En dus zien de hulpverleners er niet veel heil in om de (aanstaande) moeders op alternatieven te wijzen, of om ze te helpen bij het in hun eentje opvoeden van een kind.
„We besteden weinig tijd aan de counseling van ongetrouwde vrouwen”, zo legt een maatschappelijk werker uit aan Bos. „Natuurlijk vragen we ze wel: ’Is er een mogelijkheid dat je het kind bij je houdt?’ Maar meestal willen ze de baby helemaal niet houden. Meestal zeggen ze ’Nee, nee’. We geven ze geen ander advies omdat er een sociaal stigma kleeft aan ongehuwde moeders. Een ongetrouwde vrouw heeft geen toekomst met haar baby.”

Vanuit die overtuiging én vanwege hun dubbele agenda (dezelfde hulpverleners zijn namelijk ook vaak adoptiebemiddelaars) zetten zij de moeders zó onder druk, dat die niet durven besluiten om hun kind toch te houden, zo blijkt uit Bos’ onderzoek. Zij koos hiervoor het beeld van ’de fuik’: hebben vrouwen eenmaal het opvanghuis betreden, dan zitten ze vast als vissen in een net, en dan zullen ze het tehuis uiteindelijk zonder kind verlaten.

„Zelfs al zou ik het willen houden, dan staan ze dat niet toe”, zegt één moeder. En een andere moeder vertelt: „Elke nacht staar ik naar mijn kind en huil ik omdat ik haar ga verliezen. Ik wil mijn kind bij me houden, maar hoe is dat mogelijk? Hoe kan ik haar grootbrengen? Waar kan ik haar laten als ik naar mijn werk ga?” En een derde moeder is ervan overtuigd dat het geld kost als ze haar baby mee wil nemen: „Als ik het kind achterlaat, dan hoef ik niet te betalen voor de opvang en verzorging hier.”

Dat vrouwen zouden moeten betalen voor hun verblijf in het opvanghuis, of om hun kind na de geboorte mee te nemen, is overigens een misverstand, zegt Bos. „Dat hebben de instituten me bij hoog en bij laag verzekerd. Maar zij namen dit misverstand ook niet weg bij deze vrouwen.” En die zien dat er geld gemoeid is met de adoptie van hun kinderen, dat de tehuizen hiervan bestaan. Vaak zijn ze de hulpverleners ook dankbaar voor het onderdak en de begeleiding die ze hebben gekregen. „Hun dankbaarheid en loyaliteit beïnvloeden hun besluit om hun kind af te staan óók”, aldus Bos.

Maar is afstand doen wel ’het beste voor iedereen’? Daarover heeft Bos, die vóór haar promotieonderzoek jarenlang bij adoptieorganisaties in Nederland werkte, inmiddels grote twijfels. Naast de afstandsmoeders ontmoette zij in Zuid-India ook enkele ongehuwde vrouwen die hun kind wél hebben gehouden, ondanks het sociale stigma, tegen de stroom in. En die vrouwen weten zich met hun kinderen toch te redden.
Daarmee oogsten ze, naast afkeuring en roddels, óók respect, zegt de promovenda. „Een ongehuwde vrouw die zwanger is, dat is zéér negatief, zij wordt geassocieerd met seks, en dat is een taboe. Maar een ongehuwde vrouw die een kind heeft, is ook moeder. En het moederschap heeft in Zuid-India een uitgesproken positieve betekenis.” Moeders zijn heilig, moederliefde is de bron van alle goeds, en iets van die gloed straalt ook op de ’gevallen’ vrouwen af, denkt Bos.

Hulpverleners en familieleden redeneren vaak zo: als het deze vrouwen lukt om hun zwangerschap te verbergen, hun kind af te staan en de hele affaire te verzwijgen, dan hebben ze nog ’een toekomst’. Dat wil zeggen: dan vinden ze mogelijk nog een echtgenoot. Maar ook bij dit scenario zet Bos vraagtekens, want is het wel mogelijk om zo’n groot geheim te bewaren? En mocht dat al lukken, is het dan wel verstandig?

Of het de afstandsmoeders echt lukt om nog een min of meer normaal leven op te bouwen, is niet bekend: „Daar moet dringend vervolgonderzoek naar gedaan worden.” Wat wél bekend is – althans in landen als Nederland en de Verenigde Staten – is dat het voor vrouwen traumatisch is om hun kind af te staan. Dat de afgestane kinderen hieronder flink kunnen lijden. En dat veel vrouwen hun leven lang spijt hebben van de beslissing die ze toen, onder druk, hebben genomen.

Die kennis, opgedaan in westerse landen, komt niet terecht bij de vrouwen die nu in Zuid-India voor hetzelfde duivelse dilemma staan als bijvoorbeeld Nederlandse vrouwen veertig jaar geleden. En dat vindt Bos heel kwalijk. „Deze vrouwen hebben recht op informatie. Ze moeten weten waarvoor ze kiezen.” En ze zouden ook, vindt Bos, tot een leven als alleenstaande moeder moeten kunnen besluiten. Dat is een zwaar leven: „Maar ik denk: dan hebben ze tenminste hun kind nog.”

Niet generaliseren: ’Elk verhaal is weer anders’: In haar proefschrift ’Once a mother’ (’Eens een moeder’) geeft antropologe Pien Bos stem aan vrouwen die tot nog toe nagenoeg onhoorbaar waren: moeders die hun kind afstaan ter adoptie. Haar onderzoek beperkt zich tot 36 vrouwen in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil-Nadu. Haar belangrijkste conclusie: deze vrouwen namen hun beslissing vaak niet vrijwillig, maar onder grote druk van familie en hulpverleners.

Zijn er aan dit onderzoek nu ook algemenere conclusies te verbinden? Is de situatie van deze Zuid- Indiase vrouwen bijvoorbeeld vergelijkbaar met die van afstandsmoeders elders in de wereld? Bos benadrukt zelf dat ’elk verhaal weer anders is’. Zij concentreerde zich op de ongehuwde moeders, terwijl de meeste afstandsmoeders in India wél getrouwd zijn. Echtparen staan vaak meisjes af, bijvoorbeeld omdat ze al andere dochters hebben en geen geld meer hebben voor de bruidschat. Veel adoptiekinderen – uit India en andere landen – zijn overigens te vondeling gelegd; over hun voorgeschiedenis is dus niets bekend.

Hoogleraar adoptie Femmie Juffer gelooft niet dat er een algemene les te leren valt uit het onderzoek van Bos. „Ze neemt een kleine steekproef. Op grond daarvan kun je niet generaliseren.” Wat de antropologe volgens haar blootlegt, is een cultureel taboe op ongehuwd moederschap. „Zoals we vroeger ook in ons land hebben gezien, kun je dat taboe niet in één keer opheffen.” Wel zou het goed zijn, denkt Juffer, als westerse adoptiedeskundigen hun kennis over de gevolgen van afstand doen met hulpverleners in adoptielanden delen.

Volgens Martien Miedema van adoptieorganisatie Wereldkinderen benadrukt Pien Bos met haar onderzoek een al langer bekend fenomeen: „Er is nooit sprake van een vrijwillige keuze bij afstand.”

(Bron: Trouw, door Iris Pronk)